Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 467
Dossier 100
Jaar 1944
Stadsarchief

Brief (correspondentie)

12 mei 1943 Van: Nederlandsche Visscherijcentrale, Afdeeling Verdeeling ('s-Gravenhage) Aan: Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam Dossier: 466/176/3

Origineel

Brief (correspondentie) 12 mei 1943 Nederlandsche Visscherijcentrale, Afdeeling Verdeeling ('s-Gravenhage) Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE

AFDEELING Verdeeling
'S-GRAVENHAGE, 12 Mei 1943
BETREFFENDE S. Marinus
BERICHT OP SCHRIJVEN 872 [handgeschreven]

BIJ ANTWOORD VERMELDEN 12697/V/Vij
BIJLAGEN ......... STUKS, T.W. .........

Den Heer Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat
AMSTERDAM

[Stempel in paars:] No. 466/176/3 M. 1943 /19 [handgeschreven toevoeging]
[Diverse onleesbare handgeschreven parafen en aantekeningen in groen en rood potlood over de tekst]

Te onzen kantore vervoegde zich S. Marinus, Marnixstr. 69 te Amsterdam met het verzoek voor een toewijzing aan Uw afslag in aanmerking te komen.
Volgens zijn mededeelingen heeft genoemde Marinus tot Augustus 1940, derhalve in de basisperiode, steeds in visch gehandeld. Van Augustus '40 af tot begin Mei '43 heeft hij in Duitschland gewerkt. Thans is hij van zijn arbeid aldaar ontslagen.
In verband hiermede verzoeken wij U ons in dezen van advies te willen dienen.

NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Handtekening, onleesbaar]

BS

[Aantekening rechtsonder in blauw potlood: 46 B]

ADELHEIDSTRAAT 300, 'S-GRAVENHAGE — POSTGIROREKENING 245271 — TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
TELEFOON 720080 EN 772162, INTERCOMM. XX. VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE 722641
(A) 23430 - '42 - K 983 In deze brief vraagt de Nederlandsche Visscherijcentrale om advies aan de directeur van het Marktwezen in Amsterdam betreffende een verzoek van de heer S. Marinus. De heer Marinus, wonende aan de Marnixstraat 69 in Amsterdam, wil weer in aanmerking komen voor een "toewijzing" (een quotum of vergunning om te mogen inkopen/handelen) op de visafslag.

De kern van de aanvraag ligt in zijn werkverleden: hij toont aan dat hij in de "basisperiode" (voor augustus 1940) een gevestigde vishandelaar was. Echter, van augustus 1940 tot mei 1943 heeft hij in Duitsland gewerkt. Nu hij is "ontslagen" van die arbeid en is teruggekeerd, probeert hij zijn oude beroep in de vishandel weer op te pakken. De Visscherijcentrale vraagt de lokale instantie in Amsterdam om advies voordat ze hierover beslissen. Het document dateert uit mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De visserij en de handel in vis waren in deze periode streng gereguleerd door de bezetter via organisaties als de Nederlandsche Visscherijcentrale. Toewijzingen waren essentieel vanwege de schaarste en het distributiesysteem.

De vermelding dat de heer Marinus van 1940 tot 1943 in Duitsland heeft gewerkt, duidt zeer waarschijnlijk op de Arbeitseinsatz (dwangarbeid). Veel Nederlandse mannen werden in deze jaren ingezet in de Duitse oorlogsindustrie. De brief suggereert dat zijn terugkeer en ontslag uit Duitsland hem nu in de positie brengen om zijn vooroorlogse nering te hervatten, waarbij zijn status als vishandelaar in de "basisperiode" (de periode voor de strengste beperkingen) cruciaal was voor het verkrijgen van nieuwe vergunningen onder het nationaalsocialistische bestuur. Marinus (De heer) S. Marinus Marktwezen

Samenvatting

In deze brief vraagt de Nederlandsche Visscherijcentrale om advies aan de directeur van het Marktwezen in Amsterdam betreffende een verzoek van de heer S. Marinus. De heer Marinus, wonende aan de Marnixstraat 69 in Amsterdam, wil weer in aanmerking komen voor een "toewijzing" (een quotum of vergunning om te mogen inkopen/handelen) op de visafslag.

De kern van de aanvraag ligt in zijn werkverleden: hij toont aan dat hij in de "basisperiode" (voor augustus 1940) een gevestigde vishandelaar was. Echter, van augustus 1940 tot mei 1943 heeft hij in Duitsland gewerkt. Nu hij is "ontslagen" van die arbeid en is teruggekeerd, probeert hij zijn oude beroep in de vishandel weer op te pakken. De Visscherijcentrale vraagt de lokale instantie in Amsterdam om advies voordat ze hierover beslissen.

Historische Context

Het document dateert uit mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De visserij en de handel in vis waren in deze periode streng gereguleerd door de bezetter via organisaties als de Nederlandsche Visscherijcentrale. Toewijzingen waren essentieel vanwege de schaarste en het distributiesysteem.

De vermelding dat de heer Marinus van 1940 tot 1943 in Duitsland heeft gewerkt, duidt zeer waarschijnlijk op de Arbeitseinsatz (dwangarbeid). Veel Nederlandse mannen werden in deze jaren ingezet in de Duitse oorlogsindustrie. De brief suggereert dat zijn terugkeer en ontslag uit Duitsland hem nu in de positie brengen om zijn vooroorlogse nering te hervatten, waarbij zijn status als vishandelaar in de "basisperiode" (de periode voor de strengste beperkingen) cruciaal was voor het verkrijgen van nieuwe vergunningen onder het nationaalsocialistische bestuur.

Genoemde Personen 2

Marinus (De heer) S. Marinus

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Duitsland/Oosten Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6