Getypte getuigenverklaring.
Origineel
Getypte getuigenverklaring. 17 november 1943. Amsterdam 17 November 1943.
Al deze ondergeteekende verklaren dat zij Siemon C. Marinus kennen
al staande met visch op de Lindengracht tot en met 1941.
| NAAM | ADRES | WOONPLAATS |
|---|---|---|
| M. J. Sanou | Lijnbaansgracht 36 Aardappellenhandelaar |
Amsterdam |
| W. Vrees | Groentenhandel Lijnbaangracht 25 I |
Amsterdam |
| N. van Duist | Rombout Hoogenbeet straat 22 huis |
Amsterdam |
| V.d. Maalen | Goudsbloemstraat 112 II | Amsterdam |
| H.C. Schouten | Lindengracht 215 huis | Amsterdam |
| K.C. Jansen | 3e Goudsbloemdwstr. 12 I | Amsterdam |
| Th. Stubbe | Lindengracht 55 | Amsterdam |
| A.T. Post | Lindengracht 219 | " |
Samenvatting
Dit document is een collectieve getuigenverklaring van acht personen, voornamelijk winkeliers en buurtbewoners uit de Amsterdamse Jordaan. Zij bevestigen gezamenlijk dat Siemon C. Marinus tot en met 1941 met een viskraam op de markt aan de Lindengracht stond. De lijst bevat diverse beroepen en adressen die typisch zijn voor de Jordaan in die tijd, zoals een aardappelhandelaar op de Lijnbaansgracht en een groentenhandelaar op de Lijnbaangracht (sic). Opvallend is dat de woonplaats voor de laatste persoon is aangegeven met een aanhalingsteken ("), verwijzend naar de bovenstaande vermelding van Amsterdam.
Historische Context
Het document dateert uit november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dergelijke verklaringen waren in die periode cruciaal voor administratieve doeleinden. Ze werden vaak gebruikt om iemands werkverleden aan te tonen, bijvoorbeeld om vrijstelling te krijgen van de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland) door aan te tonen dat men een essentieel beroep uitoefende of zelfstandig ondernemer was. De Lindengracht was, en is nog steeds, een bekende locatie voor de Amsterdamse weekmarkt. Dat de getuigenis specifiek spreekt over de periode "tot en met 1941" kan erop duiden dat Marinus daarna zijn werkzaamheden moest staken, mogelijk door de verslechterende oorlogsomstandigheden of restricties opgelegd door de bezetter.