Getypte verklaring/getuigenis.
Origineel
Getypte verklaring/getuigenis. 18 november 1943. Amsterdam 18/11 1943
Ondergeteekende verklaart hiermede dat S, Marinus van kindsaf in de
vischhandel geweest is en altijd voor ijgen rekening gehandeld heeft
tot dat ie bij mijn in dienst kwam en dat was in 1932 tot 1935 en is
toen ik geen werk meer voor hem had weer in de vischhandel gegaan
en met de visch heeft hij op de markt gestaan op de Lindengracht
ja zelfs is hij toen een concurent van mijn geworden. Ik hoop u hier
mede voldoende ingelicht te hebben.
(get.) P. Vrees.
Korteprinsegracht 25 I
Amsterdam * Taal en spelling: Het document bevat diverse spelfouten en grammaticale eigenaardigheden die kenmerkend zijn voor de tijd of de beperkte formele scholing van de schrijver (bijv. "ijgen" in plaats van eigen, "concurent" met één r, en het gebruik van "bij mijn" in plaats van "bij mij").
* Inhoud: De verklaring dient om aan te tonen dat S. Marinus een ervaren vishandelaar is die al sinds zijn jeugd ("van kindsaf") in het vak zit. P. Vrees bevestigt dat Marinus tussen 1932 en 1935 voor hem werkte en daarna als zelfstandige op de markt aan de Lindengracht (Jordaan, Amsterdam) stond, waar hij zelfs een concurrent van Vrees werd.
* Vorm: Het betreft een getypte kopie van een verklaring, aangegeven door "(get.)", wat staat voor "getekend". Dit duidt erop dat dit exemplaar waarschijnlijk bedoeld was voor een administratief dossier. Dit document is opgesteld in november 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode waren dergelijke arbeidsverklaringen van cruciaal belang. Ze werden vaak gebruikt als bewijsstukken voor de Arbeitseinsatz (om aan te tonen dat iemand onmisbaar werk verrichtte en dus niet in Duitsland tewerkgesteld hoefde te worden) of voor het verkrijgen van bepaalde vergunningen voor marktkooplieden. De Lindengracht was, en is nog steeds, een bekende marktlocatie in de Amsterdamse Jordaan, een wijk die historisch nauw verbonden was met de vishandel. De adressen (Korteprinsegracht en Lindengracht) plaatsen de betrokkenen midden in de volkse vishandelscultuur van het Amsterdamse stadscentrum in de vroege 20e eeuw.