Archiefdocument
Origineel
26 mei 1943 De Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden (ondertekening door de Directeur) [Handgeschreven aantekeningen bovenaan:] Fernandes 2/5 [?], mij.
46b/176/4 M.
26 Mei 1943.
opnemen van S.C.
Marinus Jr in Vischverdeeling
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
=======
In haar vergadering van 13 Mei jl. heeft de Verdeelingscommissie van visch op een verzoek van S.C. Marinus Jr., wonende Noordermarkt 6 III, om hem alsnog in de vischverdeeling op tennemen, een afwijzend advies uitgebracht en wel met de volgende motiveering.
Voor den oorlog was hij in den vischhandel werkzaam, doch niet als zelfstandig kleinhandelaar. Hij was knecht bij de kleinhandelaren P. Vrees, Schindeler en bij de groothandelaren Wijnschenk en P. de Ruyter. Bij groote aanvoeren van laatstgenoemde heeft hij des middags wel eens met visch gevent; volgens de ventadministratie te mijnen kantore is Marinus Jr. evenwel nimmer in het bezit van een ventvergunning geweest.
Na het uitbreken van den oorlog is Marinus Jr. evenmin in den vischhandel werkzaam geweest; hij is gedurende dien tijd chauffeur geweest voor een firma in Duitschland en heeft ontslag gekregen in verband met de gezondheidstoestand van zijn vrouw.
Aangezien Marinus verleden jaar, toen hij ook heeft getracht in de verdeeling te worden opgenomen, met verschillende Duitsche instanties onder andere de Sicherheitsdienst heeft gedreigd en zich ook nu weer in dezen geest heeft uitgelaten, komt het ons gewenscht voor U bij voorbaat van een en ander op de hoogte te brengen. Het verzoek van Marinus is door den eerstondergeteekende afgewezen.
De Directeur,
De Gemeentelijke
Adviseur voor Voe-
dings- en Distribu-
tieaangelegenheden, Dit document is een ambtelijk schrijven waarin een verzoek tot toelating tot de gereguleerde visverdeling wordt afgewezen. De kernpunten van de analyse zijn:
- Bureaucratische controle: In 1943 was de distributie van schaarse goederen zoals vis strikt gereguleerd door de bezetter en de lokale overheid. Men moest bewijzen dat men voor de oorlog al als zelfstandige in de branche werkzaam was om in aanmerking te komen voor toewijzingen.
- Gebrek aan kwalificaties: De aanvrager, S.C. Marinus Jr., wordt gediskwalificeerd omdat hij voor de oorlog slechts als "knecht" (werknemer) werkte en nooit een officiële eigen ventvergunning heeft bezeten.
-
Politieke/Persoonlijke druk: Het meest opmerkelijke deel van de brief is de melding dat de aanvrager dreigt met de Sicherheitsdienst (SD) om zijn zin te krijgen. Dit duidt op een poging tot intimidatie via de bezettingsautoriteiten, wat door de gemeente-adviseur wordt gerapporteerd om de wethouder te waarschuwen voor mogelijke consequenties van de afwijzing. De brief dateert uit de kern van de Tweede Wereldoorlog (mei 1943). De context is die van een bezet Nederland waarin de voedselschaarste toenam en de zwarte handel bloeide.
-
Noordermarkt 6 III: Dit adres plaatst de aanvrager in de Jordaan in Amsterdam.
- Wijnschenk: De genoemde groothandelaar Wijnschenk was een bekende Joodse vishandel. Tegen mei 1943 waren de meeste Joodse bedrijven door de bezetter 'geariand' of geliquideerd; het feit dat hier over het verleden wordt gesproken ("voor den oorlog") reflecteert deze verandering.
- De SD: De dreiging met de Sicherheitsdienst was in 1943 een zeer zwaar middel. Het toont de spanningen tussen de burgerlijke administratie en burgers die bereid waren de bezettingsmacht in te schakelen voor persoonlijk gewin of zakelijke licenties.