Officiële brief (doorslag of origineel op briefpapier).
Origineel
Officiële brief (doorslag of origineel op briefpapier). 27 augustus 1943. Nederlandsche Visscherijcentrale, Afdeling Verdeeling (gevestigd te 's-Gravenhage). [Briefhoofd]
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
AFD. Verdeeling
BETREFFENDE toewijzing
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN [leeg]
No. [leeg]
BIJ ANTWOORD VERMELDEN:
No. 21379/Verd/KK
BIJLAGEN [leeg] STUKS, T W.: [leeg]
[Handgeschreven bovenaan rechts:] Marinus Jr. 104
[Adresseringsveld:]
Den Heer Directeur van den
Gemeentelijken Vischafslag
te
A M S T E R D A M .-
[Datum en locatie:]
'S-GRAVENHAGE, 27 Augustus 1943
2e ADELHEIDSTRAAT 300
[Stempel midden links:]
No. 468/176/17 M. 1943 30/8
[Handgeschreven aantekeningen bij stempel:]
oude stukken.
te behandelen in Comm. [met streep eronder]
[Onleesbare initialen/parafen, mogelijk "unt. Did Mvp"]
[Inhoud brief:]
Als gevolg van de afwijzing, welke de Heer J.C.Marinus Jr,op zijn verzoek om in de verdeeling te Uwent te worden opgenomen,van ons kreeg, naar aanleiding van een door U uitgebracht advies, bracht genoemde weder een bezoek te onzen kantore, waarbij hij de zaak op enkele punten nader toelichtte.
Hierbij bleek ons onomstootelijk, dat genoemde Marinus reeds jaren in den Amsterdanschen [sic] vischhandel een vrij groote rol heeft gespeeld.
Dit bleek ons uit de door hem getoonde afslagbriefjes, facturen, kwitanties, vergunningen en belastingformulieren.
Na het uitbreken van den oorlog is hij genoodzaakt geweest in het buitenland te gaan werken. Thans is hij hiervan teruggekeerd en wil zich weder in den vischhandel gaan interesseeren.
Wij verzoeken U deze aangelegenheid thans opnieuw te onderzoeken en zien Uw gemotiveerd advies gaarne te zijner tijd tegemoet.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Handgeschreven notitie linksonder:]
BS
dit schrijven, gevolg van telef. afspraak waarbij tevens werd overeengekomen zaak t.z.t in Commissie te behandelen.
2-9-43 [Paraaf/handtekening]
[Rechtsonder handgeschreven:] 46 B
[Voettekst:]
2e ADELHEIDSTRAAT 300, 'S-GRAVENHAGE, POSTGIROREKENING 245271, TELEGRAMADRES: NEDVISCEN, TELEFOON 720080, INTERCOMM. XX
VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE TELEFOON 722641
[Drukkerijmerk:] (A) 28071 - 2000 - 2 - '43 - V.V.O. 1789 - K 1157 - 43600 * Kernboodschap: De Centrale vraagt de Amsterdamse visafslag om een eerder negatief advies over de heer J.C. Marinus Jr. te herzien. De man heeft met bewijsstukken aangetoond dat hij voor de oorlog een gevestigde naam was in de Amsterdamse vishandel.
* Administratieve proces: Het document toont de gelaagdheid van de bureaucratie tijdens de bezetting. Een besluit (verdeeling) wordt centraal genomen ('s-Gravenhage) op basis van lokaal advies (Amsterdam). De burger kan fysiek in beroep gaan door bewijsstukken te tonen op het hoofdkantoor.
* Taalgebruik: Formeel en ambtelijk ("onomstootelijk", "te zijner tijd tegemoet"). Opvallend is de spelfout "Amsterdanschen" in de getypte tekst.
* Annotaties: De handgeschreven kanttekeningen verraden dat er telefonisch overleg is geweest en dat de zaak in een commissie besproken zal worden. De datum "30/8" in het stempel en "2-9-43" bij de notitie laten de snelheid van de correspondentie zien. * Historische context: Augustus 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* De Organisatie: De Nederlandsche Visscherijcentrale was een crisisorganisatie die de totale controle had over de vangst, verwerking en distributie van vis. Dit was noodzakelijk vanwege de voedselschaarste en het distributiestelsel (de bonnenkaart).
* Economische beperkingen: Vrij ondernemerschap bestond niet; om in vis te mogen handelen, moest men "opgenomen zijn in de verdeeling". Dit was een vorm van vergunningverlening.
* Persoonlijke situatie: De vermelding dat Marinus Jr. "in het buitenland" heeft gewerkt na het uitbreken van de oorlog kan duiden op de Arbeitseinsatz (dwangarbeid) of simpelweg het zoeken naar werk over de grens toen de Nederlandse visserijvloot door de oorlog grotendeels stil kwam te liggen. Zijn terugkeer en poging om zijn bedrijf te hervatten is representatief voor de overlevingsdrang van kleine ondernemers in oorlogstijd.