Getypte doorslag van een officiële brief.
Origineel
Getypte doorslag van een officiële brief. 1 november 1943. Waarschijnlijk de secretaris van de 'Commissie voor de vischverdeeling' te Amsterdam (gezien de inhoud en context). [Handgeschreven aantekeningen bovenaan:]
Verzonden 2/11
Inge
[Linksboven:]
46b/176/8 II.
[Rechtsboven:]
VD/SV
1 November 1943.
den Heer Directeur der
Nederlandsche Visscherij Centrale,
2e Adelheidstraat 300,
's-G r a v e n h a g e (ZH)
========================
Naar aanleiding van Uw brief van 27 Augustus
jl. no. 21379/Verd./KK. bericht ik U, dat het verzoek
van S.C.Marinus Jr opnieuw en uitvoerig is behandeld in
eenige vergaderingen der Commissie voor de vischverdeeling
te dezer stede.
Daarbij werd gememoreerd, dat het verzoek reeds
meermalen werd afgewezen; laatstelijk (in Mei 1943)
zelfs met goedkeuring van den Wethouder voor de Levens-
middelen, aan wien de zaak toen is voorgelegd.
De Nederlandsche Visscherij Centrale schrijft
thans, dat haar onomstotelijk is gebleken, dat Marinus
reeds jaren in den Amsterdanschen vischhandel een vrij
groote rol heeft gespeeld. Dit nu, kan de Commissie wel
onderschrijven, doch deze rol was niet die van een bona
fide kleinhandelaar, integendeel. Marinus leende zich er
onder andere voor aldus de mededeelingen om voor de
Urker visschers, welke aan de Vischmarkt te Amsterdam
aanvoeren, als gangmaker en prijszetter te fungeeren,
zulks ten nadeele van den bona fiden kleinhandel. Op
grond van deze handelingen kan hij wel in het bezit zijn
van afslagbriefjes en dergelijke doch dit is nog geens-
zins een bewijs, dat hij ook persoonlijk als kleinhande-
laar is opgetreden. De Commissie herhaalt, dat Marinus hoofd-
zakelijk als personeel is opgetreden van klein- en
groothandelaren (P.Vrees, Schindeler, Wijnschenk en P.de
Ruyter). Bij groote aanvoeren van P. de Ruyter heeft hij
des middags wel eens met visch gevent; hij is echter
nooit in het bezit van een ventvergunning voor visch ge-
weest.
De Commissie handhaaft dan ook haar standpunt,
dat Marinus nooit daadwerkelijk als kleinhandelaar is
opgetreden. Zij adviseert derhalve met klem om op het
onderhavige verzoek afwijzend te beschikken. * Kernboodschap: De brief vormt een formeel negatief advies aan de Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) over de aanvraag van S.C. Marinus Jr. De Commissie weigert hem te erkennen als legitiem kleinhandelaar.
* Argumentatie: Hoewel Marinus bekend is op de Amsterdamse vismarkt, stelt de Commissie dat hij geen "bona fide" (te goeder trouw) handelaar is. Hij wordt ervan beschuldigd als "gangmaker en prijszetter" te hebben gefungeerd voor vissers uit Urk, wat de markt verstoorde. Daarnaast zou hij enkel als personeel voor anderen hebben gewerkt en nooit over de vereiste ventvergunning hebben beschikt.
* Toon: De toon is ambtelijk, beslist en vasthoudend ("adviseert derhalve met klem"). Er wordt expliciet verwezen naar eerdere afwijzingen en de steun van de Wethouder voor de Levensmiddelen. * Historische periode: November 1943. Nederland bevindt zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Economische regulering: Tijdens de bezetting was de distributie van voedsel, waaronder vis, streng gereguleerd door de overheid via instanties zoals de Nederlandsche Visscherij Centrale. Dit was nodig om schaarste te beheren en de zwarte markt tegen te gaan.
* Lokale situatie: De brief werpt licht op de interne dynamiek van de Amsterdamse vismarkt en de strikte controle op wie zich officieel 'handelaar' mocht noemen. De genoemde namen (Vrees, Schindeler, Wijnschenk, De Ruyter) waren waarschijnlijk bekende figuren in de toenmalige Amsterdamse vishandel. De betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept de politieke lading van voedselvoorziening in oorlogstijd.