Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 494
Dossier 44
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of kopie).

1 november 1943. Van: Waarschijnlijk een secretaris of functionaris van de 'Commissie voor de vischverdeeling' te Amsterdam (gezien de verwijzing naar "te dezer stede" en de Amsterdamse vismarkt).

Origineel

Getypte brief (doorslag of kopie). 1 november 1943. Waarschijnlijk een secretaris of functionaris van de 'Commissie voor de vischverdeeling' te Amsterdam (gezien de verwijzing naar "te dezer stede" en de Amsterdamse vismarkt). VD/SV

46b/176/8 M.

1 November 1943.

den Heer Directeur der
Nederlandsche Visscherij Centrale,
2e Adelheidstraat 300,
’s-G r a v e n h a g e (ZH)
================

Naar aanleiding van Uw brief van 27 Augustus jl. no. 21379/Verd./KK. bericht ik U, dat het verzoek van S.C. Marinus Jr opnieuw en uitvoerig is behandeld in eenige vergaderingen der Commissie voor de vischverdeeling te dezer stede.
Daarbij werd gememoreerd, dat het verzoek reeds meermalen werd afgewezen; laatstelijk (in Mei 1943) zelfs met goedkeuring van den Wethouder voor de Levensmiddelen, aan wien de zaak toen is voorgelegd.
De Nederlandsche Visscherij Centrale schrijft thans, dat haar onomstotelijk is gebleken, dat Marinus reeds jaren in den Amsterdamschen vischhandel een vrij groote rol heeft gespeeld. Dit nu, kan de Commissie wel onderschrijven, doch deze rol was niet die van een bona fide kleinhandelaar, integendeel. Marinus leende zich er onder andere voor aldus de mededeelingen om voor de Urker visschers, welke aan de Vischmarkt te Amsterdam aanvoeren, als gangmaker en prijszetter te fungeeren, zulks ten nadeele van den bona fiden kleinhandel. Op grond van deze handelingen kan hij wel in het bezit zijn van afslagbriefjes en dergelijke doch dit is nog geenszins een bewijs, dat hij ook persoonlijk als kleinhandelaar is opgetreden. De Commissie herhaalt, dat Marinus hoof-hoofdzakelijk als personeel is opgetreden van klein- en groothandelaren (P.Vrees, Schindeler, Wijnschenk en P.de Ruyter). Bij groote aanvoeren van P. de Ruyter heeft hij des middags wel eens met visch gevent; hij is echter nooit in het bezit van een ventvergunning voor visch geweest.
De Commissie handhaaft dan ook haar standpunt, dat Marinus nooit daadwerkelijk als kleinhandelaar is opgetreden. Zij adviseert derhalve met klem om op het onderhavige verzoek afwijzend te beschikken. * Inhoud: De brief betreft een conflict over de professionele status van een zekere S.C. Marinus Jr. Terwijl de landelijke koepel (Nederlandsche Visscherij Centrale) lijkt te neigen naar erkenning van Marinus vanwege zijn jarenlange ervaring, is de lokale Amsterdamse distributiecommissie fel tegen.
* Argumentatie: De commissie beschuldigt Marinus ervan geen "bona fide" (te goeder trouw) handelaar te zijn. Hij wordt ervan beschuldigd als "gangmaker en prijszetter" te hebben gefungeerd voor vissers uit Urk op de Amsterdamse markt, wat de prijzen voor reguliere kleinhandelaren nadelig beïnvloedde. Hoewel hij afslagbriefjes kan overleggen, stelt de commissie dat hij slechts in loondienst was bij bekende Amsterdamse vishandelaren (zoals Vrees, Schindeler en De Ruyter) en zelfs illegaal (zonder ventvergunning) heeft gevent.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen geldende spelling (visch, groote, den) en een formele, ambtelijke toon. Er is een typefout zichtbaar in de herhaling van "hoof-" aan het einde van een regel. * Historische periode: De brief dateert uit de Tweede Wereldoorlog (november 1943). Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening en -distributie in Nederland onderworpen aan strikte regelgeving en rantsoenering om de zwarte markt tegen te gaan en de Duitse bevoorrading te waarborgen.
* Instituties: De 'Commissie voor de vischverdeeling' en de 'Nederlandsche Visscherij Centrale' (NVC) waren onderdeel van dit bureaucratische apparaat. De NVC was door de bezetter ingesteld als een dwingende bedrijfsorganisatie (een zogenaamd 'Hoofdbedrijfschap') om de hele visketen te controleren.
* Lokale economie: De brief geeft een inkijkje in de dynamiek op de Amsterdamse vismarkt, waar Urker vissers hun vangst aanvoerden en waar lokale handelaren en commissionairs met elkaar concurreerden of samenwerkten onder het toeziend oog van de distributieautoriteiten. De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept de politieke controle op de voedselmarkt in oorlogstijd.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief betreft een conflict over de professionele status van een zekere S.C. Marinus Jr. Terwijl de landelijke koepel (Nederlandsche Visscherij Centrale) lijkt te neigen naar erkenning van Marinus vanwege zijn jarenlange ervaring, is de lokale Amsterdamse distributiecommissie fel tegen.
  • Argumentatie: De commissie beschuldigt Marinus ervan geen "bona fide" (te goeder trouw) handelaar te zijn. Hij wordt ervan beschuldigd als "gangmaker en prijszetter" te hebben gefungeerd voor vissers uit Urk op de Amsterdamse markt, wat de prijzen voor reguliere kleinhandelaren nadelig beïnvloedde. Hoewel hij afslagbriefjes kan overleggen, stelt de commissie dat hij slechts in loondienst was bij bekende Amsterdamse vishandelaren (zoals Vrees, Schindeler en De Ruyter) en zelfs illegaal (zonder ventvergunning) heeft gevent.
  • Taalgebruik: Het document hanteert de toen geldende spelling (visch, groote, den) en een formele, ambtelijke toon. Er is een typefout zichtbaar in de herhaling van "hoof-" aan het einde van een regel.

Historische Context

  • Historische periode: De brief dateert uit de Tweede Wereldoorlog (november 1943). Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening en -distributie in Nederland onderworpen aan strikte regelgeving en rantsoenering om de zwarte markt tegen te gaan en de Duitse bevoorrading te waarborgen.
  • Instituties: De 'Commissie voor de vischverdeeling' en de 'Nederlandsche Visscherij Centrale' (NVC) waren onderdeel van dit bureaucratische apparaat. De NVC was door de bezetter ingesteld als een dwingende bedrijfsorganisatie (een zogenaamd 'Hoofdbedrijfschap') om de hele visketen te controleren.
  • Lokale economie: De brief geeft een inkijkje in de dynamiek op de Amsterdamse vismarkt, waar Urker vissers hun vangst aanvoerden en waar lokale handelaren en commissionairs met elkaar concurreerden of samenwerkten onder het toeziend oog van de distributieautoriteiten. De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept de politieke controle op de voedselmarkt in oorlogstijd.

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6