Getypt document (doorslag of origineel op schrijfmachine).
Origineel
Getypt document (doorslag of origineel op schrijfmachine). Samenstelling dagelijks bestuur Bijlage I.
Luchtbeschermingsfonds.
-----------------------
C. F. Overhoff. voorzitter.
Mr. H. Boekel. secr. penningmeester.
S. T. A. Boas. lid.
W. F. Eegeman. lid.
J. van Gelder. lid.
C. J. Jansma. lid.
J. J. D. H. Verschoor. adv. lid.
Stortingen kunnen plaats hebben op gemeente-girorekening A 4900.
of op Rijksgiro 351000 ten name van het Amsterdamsch
Luchtbeschermingsfonds. * Inhoud: Het document bevat een lijst met bestuursleden van het Amsterdamsch Luchtbeschermingsfonds, inclusief hun functies. Onderaan staan de financiële gegevens voor donaties.
* Opmerkelijke namen:
* C. F. Overhoff: Carel Frederik Overhoff (1891-1960), een bankier die later bekend werd als de hoogste commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten in Amsterdam tijdens de bevrijding, maar ook controversieel bleef vanwege zijn rol tijdens de bezetting.
* J. J. D. H. Verschoor: Waarschijnlijk Jacobus Johannes Dionysius Henricus Verschoor, een inspecteur van de Amsterdamse luchtbeschermingsdienst. Zijn rol als "adv. lid" (adviserend lid) duidt op een vakinhoudelijke inbreng vanuit de actieve dienst.
* Vormgeving: Het document is zakelijk en functioneel opgezet op een schrijfmachine. De term "Bijlage I" suggereert dat dit blad onderdeel was van een groter dossier of jaarverslag.
* Taalgebruik: De spelling "Amsterdamsch" (met -sch) werd officieel afgeschaft bij de spellingwijziging van Marchant in 1934, maar bleef in officiële en plechtige namen van instanties nog lang in gebruik, zeker tot na de oorlog. Het Luchtbeschermingsfonds was een particuliere organisatie (vaak nauw gelieerd aan de gemeente) die geld inzamelde voor de passieve luchtverdediging. Dit geld werd gebruikt voor de aanschaf van materieel zoals gasmaskers, het inrichten van schuilplaatsen en het geven van voorlichting aan de burgerbevolking. In Amsterdam was de dreiging van luchtaanvallen eind jaren '30 een grote bron van zorg, wat leidde tot de oprichting van dergelijke fondsen om de gemeentelijke inspanningen financieel te ondersteunen. De aanwezigheid van bankiers (Overhoff) en juristen (Mr. H. Boekel) in het bestuur was gebruikelijk voor de geloofwaardigheid en het beheer van dergelijke fondsen. A. Boas F. Eegeman F. Overhoff H. Boekel H. Verschoor I.
Samenvatting
- Inhoud: Het document bevat een lijst met bestuursleden van het Amsterdamsch Luchtbeschermingsfonds, inclusief hun functies. Onderaan staan de financiële gegevens voor donaties.
- Opmerkelijke namen:
- C. F. Overhoff: Carel Frederik Overhoff (1891-1960), een bankier die later bekend werd als de hoogste commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten in Amsterdam tijdens de bevrijding, maar ook controversieel bleef vanwege zijn rol tijdens de bezetting.
- J. J. D. H. Verschoor: Waarschijnlijk Jacobus Johannes Dionysius Henricus Verschoor, een inspecteur van de Amsterdamse luchtbeschermingsdienst. Zijn rol als "adv. lid" (adviserend lid) duidt op een vakinhoudelijke inbreng vanuit de actieve dienst.
- Vormgeving: Het document is zakelijk en functioneel opgezet op een schrijfmachine. De term "Bijlage I" suggereert dat dit blad onderdeel was van een groter dossier of jaarverslag.
- Taalgebruik: De spelling "Amsterdamsch" (met -sch) werd officieel afgeschaft bij de spellingwijziging van Marchant in 1934, maar bleef in officiële en plechtige namen van instanties nog lang in gebruik, zeker tot na de oorlog.
Bron-evidence
6
C. F. Overhoff. voorzitter.
Mr. H. Boekel. secr. penningmeester.
S. T. A. Boas. lid.
W. F. Eegeman. lid.
J. van Gelder. lid.
C. J. Jansma. lid.
Historische Context
Het Luchtbeschermingsfonds was een particuliere organisatie (vaak nauw gelieerd aan de gemeente) die geld inzamelde voor de passieve luchtverdediging. Dit geld werd gebruikt voor de aanschaf van materieel zoals gasmaskers, het inrichten van schuilplaatsen en het geven van voorlichting aan de burgerbevolking. In Amsterdam was de dreiging van luchtaanvallen eind jaren '30 een grote bron van zorg, wat leidde tot de oprichting van dergelijke fondsen om de gemeentelijke inspanningen financieel te ondersteunen. De aanwezigheid van bankiers (Overhoff) en juristen (Mr. H. Boekel) in het bestuur was gebruikelijk voor de geloofwaardigheid en het beheer van dergelijke fondsen.