Officieel afschrift van een vergunning (waarschijnlijk een standplaatsvergunning voor de markt).
Origineel
Officieel afschrift van een vergunning (waarschijnlijk een standplaatsvergunning voor de markt). j. deze vergunning zal op eerste aanvraag aan alle ambtenaren van de
Politie en het Marktwezen ter inzage moeten worden overhandigd,
zoomede de kwitantie betreffende het betaalde standplaatsgeld
over de loopende, c.q. voorafgaande week.
Deze vergunning zal dadelijk aan den Chef van de 2e afdeeling
der 4e Politie-sectie en aan het hoofdkantoor van den Dienst van
het Marktwezen moeten worden vertoond en niet van kracht zijn, wan-
neer niet tevens wordt vertoond een kwitantie, waaruit blijkt, dat
het standplaatsgeld over de loopende week is betaald.
H./f
Amsterdam, 28 April 1939.
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
(get. DE VLUGT)
de Secretaris,
Leges f.1.-.
(get.) VAN LIER.
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris,
[handtekening] Van Lier Dit document bevat de voorwaarden waaraan een marktkoopman in Amsterdam in 1939 moest voldoen. Centraal staat de controleerbaarheid van de standplaatshouder:
* Toonplicht: De vergunninghouder moet het document onmiddellijk kunnen tonen aan zowel de politie als ambtenaren van de Dienst van het Marktwezen.
* Financiële koppeling: De vergunning is juridisch alleen geldig in combinatie met een actuele kwitantie van het betaalde standplaatsgeld. Dit wijst op een systeem van wekelijkse inning en controle.
* Bureaucratische structuur: Er wordt specifiek verwezen naar de "2e afdeeling der 4e Politie-sectie", wat duidt op een gedetailleerde taakverdeling binnen de Amsterdamse politie voor het toezicht op markten.
* Leges: Voor het opmaken van dit officiële afschrift is 1 gulden (f. 1.-) aan administratiekosten in rekening gebracht. Het document dateert van april 1939, de periode kort voor de Duitse inval in Nederland. Willem de Vlugt was destijds de burgemeester van Amsterdam. De strikte regulering van markten was essentieel voor het stadsbestuur om de openbare orde en de belastinginkomsten te waarborgen.
In de jaren '30 was de markt voor veel Amsterdammers een vitale bron van inkomsten tijdens de economische crisis. Dergelijke administratieve regels vormden het kader waarbinnen handelaren moesten opereren. Opmerkelijk is dat slechts enkele jaren later, onder de Duitse bezetting, ditzelfde type vergunningensysteem door de bezetter werd misbruikt om Joodse marktkooplieden te registreren en vervolgens uit te sluiten van hun werkplekken. In april 1939 was daar in deze algemene verordening echter nog geen sprake van; het betreft hier een reguliere gemeentelijke verordening. W. de Vlugt Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie
Samenvatting
Dit document bevat de voorwaarden waaraan een marktkoopman in Amsterdam in 1939 moest voldoen. Centraal staat de controleerbaarheid van de standplaatshouder:
* Toonplicht: De vergunninghouder moet het document onmiddellijk kunnen tonen aan zowel de politie als ambtenaren van de Dienst van het Marktwezen.
* Financiële koppeling: De vergunning is juridisch alleen geldig in combinatie met een actuele kwitantie van het betaalde standplaatsgeld. Dit wijst op een systeem van wekelijkse inning en controle.
* Bureaucratische structuur: Er wordt specifiek verwezen naar de "2e afdeeling der 4e Politie-sectie", wat duidt op een gedetailleerde taakverdeling binnen de Amsterdamse politie voor het toezicht op markten.
* Leges: Voor het opmaken van dit officiële afschrift is 1 gulden (f. 1.-) aan administratiekosten in rekening gebracht.
Historische Context
Het document dateert van april 1939, de periode kort voor de Duitse inval in Nederland. Willem de Vlugt was destijds de burgemeester van Amsterdam. De strikte regulering van markten was essentieel voor het stadsbestuur om de openbare orde en de belastinginkomsten te waarborgen.
In de jaren '30 was de markt voor veel Amsterdammers een vitale bron van inkomsten tijdens de economische crisis. Dergelijke administratieve regels vormden het kader waarbinnen handelaren moesten opereren. Opmerkelijk is dat slechts enkele jaren later, onder de Duitse bezetting, ditzelfde type vergunningensysteem door de bezetter werd misbruikt om Joodse marktkooplieden te registreren en vervolgens uit te sluiten van hun werkplekken. In april 1939 was daar in deze algemene verordening echter nog geen sprake van; het betreft hier een reguliere gemeentelijke verordening.