Handgeschreven brief of concept-rapport.
Origineel
Handgeschreven brief of concept-rapport. Ongedateerd, maar de context suggereert de jaren 1930 (vóór de Tweede Wereldoorlog). 2) J. Goldstein (probablement un émigré aussi);
[in de marge:] ayant pour but l'importation de vins,
leur association se nomme "Jago", [doorgehaald: importation de vins] et est établie au 312 Amstel,
Amsterdam-C. Les finances viennent du
père, B. Daube, [doorgehaald: qui également]
Il parait que B. Daube a une bonne
reputation; il a un compte à la Twentsche
Bank [doorgehaald: à Amsterdam et chez ...]
On ne reconnait pas de cas où Daube
ne serait soustrait à ses obligations commerciales.
[doorgehaald: La] La famille Daube est de
religion israélite.
Voici, cher Monsieur, les renseignements
que j'ai pu obtenir. J'espère qu'ils vous
sont utiles. [doorgehaald: Une opinion personnelle je n'ai pas, ne connaissant pas la personne en question. Est-ce que les intérêts ...]
[in de marge:] fdes exportateurs
[doorgehaald: Hollande] Si vous voulez absolument mon
opinion - et celle-là est strictement privée -
je me demande si un Allemand, tout émigré
qu'il soit, doit représenter les intérêts des
exportateurs français en Hollande.
Je serai très heureux de vous voir
lorsque vous reviendrez à Amsterdam;
en attendant [doorgehaald: ce plaisir], je vous prie [invoeging: de bien vouloir] agréer
l'expression de mes meilleurs sentiments.
Le Secrétaire, Het document betreft een inlichtingenvraag over de zakelijke achtergrond en betrouwbaarheid van de heren J. Goldstein en B. Daube, die in Amsterdam een wijnhandel genaamd "Jago" voeren op het adres Amstel 312.
De schrijver, die ondertekent als "Le Secrétaire" (de secretaris), rapporteert dat de financiering van de vader van B. Daube komt en dat de familie een goede reputatie heeft bij de Twentsche Bank. Cruciaal in de context van die tijd is de vermelding dat de familie van "israëlitische religie" (Joods) is en dat Goldstein waarschijnlijk een "émigré" (vluchteling) is.
De meest opvallende passage is de persoonlijke mening van de secretaris aan het einde. Ondanks dat de zakelijke reputatie van de betrokkenen goed lijkt te zijn, stelt hij de retorische vraag of een Duitser – ongeacht of hij een vluchteling is – wel de belangen van Franse exporteurs in Nederland zou moeten behartigen. Dit weerspiegelt de groeiende nationalistische spanningen en het wantrouwen tegenover Duitsers (en Duits-Joodse vluchtelingen) in de jaren voor het uitbreken van de oorlog. Dit document past waarschijnlijk in het archief van een handelsorganisatie of een consulaire dienst (gezien de referentie naar "Franse exporteurs"). In de jaren 30 ontvluchtten veel Joodse zakenlieden nazi-Duitsland naar Amsterdam. Hoewel zij daar nieuwe bedrijven startten, werden zij vaak met argwaan bekeken door zowel de Nederlandse autoriteiten als internationale handelspartners, enerzijds vanwege hun Duitse afkomst en anderzijds vanwege hun status als vluchteling.
Het adres Amstel 312 is een historisch pand in Amsterdam dat in die periode inderdaad diverse zakelijke bewoners kende. De Twentsche Bank was indertijd een van de belangrijkste banken van Nederland (later opgegaan in de ABN AMRO). De brief laat zien hoe zakelijke inlichtingen in die tijd verweven waren met observaties over etniciteit, religie en nationaliteit. B. Daube C. Les J. Goldstein