Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 1 september 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vischafslag). Den Heer Directeur voor Maatschappelijken Steun, Amsterdam. [Rechtsboven, handgeschreven:] M. Müller
vP/HG.
46A/40/3 M.
[Handgeschreven, diagonaal:] verzonden 2/9
1 September 1939.
den Heer Directeur voor
Maatschappelijken Steun,
Reguliersdwarsstraat 65-71,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 5.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat Teunis Johannes Groen, Bickersstraat 42 huis, op 4 Augustus jl. in den Gemeentelijken Vischafslag 2 kisten schol voor den prijs van ƒ 9,- heeft gekocht, doch dat hij heeft nagelaten dit bedrag contant te betalen, zooals het Reglement voorschrijft. Volgens dezerzijds verkregen inlichtingen, zou Groen voornoemd ondersteuning vanwege Uw bureau ontvangen. Ik zou het op prijs stellen, indien, zoo mogelijk, zijn bovenvermelde schuld op de hem te verleenen ondersteuning in wekelijksche termijnen wordt ingehouden. Als deze inhouding mogelijk is, gelieve U het verschuldigde te doen overschrijven op gemeente-girorekening no. 79 van de Vischmarkt.
De Directeur,
[Onder de laatste tekstregel is een rode streep getrokken.] Deze brief vormt een zakelijke correspondentie tussen twee gemeentelijke instanties in Amsterdam: de Vischafslag en de Dienst Maatschappelijke Steun. De kern van de brief is een verzoek om schuldinvordering. Een burger, Teunis Johannes Groen, heeft vis gekocht op de afslag maar de rekening van 9 gulden niet voldaan. Omdat bekend is dat deze man een uitkering ("ondersteuning") ontvangt, vraagt de directeur van de visafslag aan de sociale dienst om dit bedrag via loonbeslag-achtige wijze in te houden op zijn wekelijkse uitkering. Dit toont aan hoe direct de controle en de administratieve koppeling tussen verschillende overheidsorganen was wat betreft burgers in een financieel kwetsbare positie. De datum van de brief, 1 september 1939, is historisch zeer beladen: het is de dag waarop nazi-Duitsland Polen binnenviel, wat het begin van de Tweede Wereldoorlog markeerde. Desondanks gaat het dagelijks leven en de bureaucratie in het nog neutrale Nederland gewoon door, zoals deze brief over een relatief klein bedrag aan onbetaalde vis illustreert. De Dienst Maatschappelijke Steun (gevestigd aan de Reguliersdwarsstraat) was in die tijd verantwoordelijk voor de armenzorg in Amsterdam. De stad was verdeeld in wijken (hier "Wijk 5") om de sociale hulpverlening lokaal te organiseren. De brief geeft een inkijkje in de wijze waarop armoede en schuld werden beheerd aan de vooravond van de bezetting.