Officieel bericht / circulaire aan reders en eigenaren van vissersvaartuigen.
Origineel
Officieel bericht / circulaire aan reders en eigenaren van vissersvaartuigen. 23 september 1939 (gebaseerd op handgeschreven datum en jaartalstempel "M. 1939") Nederlandsche Visscherijcentrale NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3-4 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREKENING 245271 TELEFOON 720080*
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN INTERCOMM. XX
No 46B/29/1 M. 1939 23/9
No 391.
De reeders of eigenaars van visschersvaar-
tuigen, die voor kostelooze toezending van de in
circulaire No 3981/385 genoemde kaartjes, met aan-
duiding van de laatst bekende ligging der mijnen-
velden, in aanmerking wenschen te komen, dienen
een daartoe strekkende aanvrage in te zenden bij
de Nederlandsche Visscherijcentrale, Juliana van
Stolbergplein 3-4 te 's-Gravenhage.
In deze aanvrage dient duidelijk te worden
vermeld:
1º naam en correspondentie-adres van den
aanvrager;
2º aantal benoodigde kaartjes;
3º letterteeken en naam van het vaartuig
(de vaartuigen) waarvoor het kaartje
wordt verlangd.
In den regel wordt niet meer dan één kaartje
verstrekt voor elk vaartuig, dat in bedrijf is of
zal worden gesteld.
FPr/BW.
17766a - '39 Het document is een officiële mededeling van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) gericht aan de Nederlandse visserijsector. De kern van de boodschap is de verspreiding van informatie over de ligging van mijnenvelden op zee.
De tekst specificeert dat:
1. Kosteloze kaarten beschikbaar zijn voor reders en eigenaren.
2. De aanvraag schriftelijk moet gebeuren bij het hoofdkantoor in Den Haag.
3. Er strikte eisen zijn aan de aanvraag (gegevens eigenaar, aantal kaarten en specifieke vaartuigidentificatie).
4. Er een rantsoenering geldt van maximaal één kaart per actief vaartuig.
De opmaak is zakelijk, met voorgedrukte briefhoofden en stempels voor archivering en datering. De taal is formeel ambtelijk ("dienen een daartoe strekkende aanvrage in te zenden"). De datum van het document, september 1939, is cruciaal. De Tweede Wereldoorlog was net begonnen (1 september 1939). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, werd de Noordzee direct een gevarenzone. Zowel de Britten als de Duitsers legden op grote schaal mijnenvelden aan om elkaars scheepvaart te hinderen.
Voor de Nederlandse visserij was dit levensgevaarlijk. De Nederlandsche Visscherijcentrale, opgericht in 1934 om de visserijsector te reguleren en te steunen tijdens de crisisjaren, nam hier een coördinerende rol op zich voor de veiligheid. Het verstrekken van actuele mijnenkaarten was essentieel om de voedselvoorziening (vis) veilig te stellen zonder onnodige verliezen van schepen en levens. Het document illustreert de directe impact van het uitbreken van de vijandelijkheden op de dagelijkse economische activiteiten van een neutraal land.