Officiële bekendmaking / circulaire brief.
Origineel
Officiële bekendmaking / circulaire brief. September 1939 (stempel vermeldt 23 september 1939). NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3-4 — 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREKENING 245271 — TELEFOON 720080*
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN — INTERCOMM. XX
Afd. Secr. Nº 3981/385 — 's-Gravenhage, September 1939.
Betreffende: Mijnengevaar
ter Noordzee.
[Stempel: Nº 46 B/29/1] [Stempel: M. 1939 met handgeschreven 23/9]
A A N
Opvarenden, Eigenaars en Reeders van Visschersvaartuigen, welke het bedrijf ter Noordzee uitoefenen.
Van het Bureau Zeeverkeer (onderdeel van den Marinestaf) ontving ik de mededeeling, dat van de oorlogvoerende partijen een bericht was ontvangen, behelzende de aanduiding van in de Noordzee gelegde mijnenvelden.
De Marinestaf vertrouwt, dat, indien er nieuwe gedeelten van de zee onveilig worden gemaakt, daarvan eveneens bericht zal worden ontvangen.
Door de zorgen van de Afd. Hydrografie van het Ministerie van Defensie worden deze berichten opgenomen in de "Berichten aan zeevarenden" (B.A.Z.). (Men kan zich op de B.A.Z. abonneeren bij de N.V. Mouton & Co, Herderstraat 5 te 's-Gravenhage voor ƒ 4,- per jaar voor een eerste abonnement en voor ƒ 2,- voor volgende exemplaren, bestemd voor eenzelfde adres.)
De hier bedoelde bijzondere berichten en wijzigingen omtrent gevaren ter zee worden van Marine-wege draadloos uitgezonden; bovendien zullen eventueele wijzigingen van den bestaanden toestand radio-telefonisch over Scheveningen worden uitgezonden op golflengte van 123 m op de tijdstippen 2 uur, 8 uur, 14 uur en 20 uur m.t. Amsterdam, zomertijd, later wintertijd.
Door de zorg van de Nederlandsche Visscherijcentrale zullen verspreid worden kaartjes, waarop de laatst bekende ligging der mijnenvelden staat aangegeven.
Deze kaartjes zullen onder meer verstrekt worden aan havenmeesters van visschers- en kleine plaatsen, waar visschersvaartuigen havenen.
De Marinestaf is van oordeel, dat, indien de aangegeven mijnenvelden zorgvuldig gemeden worden, men, wat betreft het mijnengevaar, veilig zal kunnen visschen.
Voorts vestigt ondergetekende de aandacht er op, zulks op gezag van de Marine-autoriteiten, dat, alhoewel, wat betreft Nederlandsche mijnen de veiligheidsinrichtingen, die de mijn onschadelijk moeten maken, indien zij aan de oppervlakte drijft, zeer zeker verbeterd zijn, van in het buitenland in gebruik zijnde mijnen te weinig bekend is, dan dat dit ook van die soorten als vaststaande mag worden aangenomen. Uiteraard wordt met den meesten nadruk aangeraden drijvende mijnen te mijden en deze niet aan te raken. Indien een mijn in het net mocht geraken, wordt aangeraden het net af te vieren en te kappen. Elke ondeskundige handeling aan een mijn levert levensgevaar op.
DE DIRECTEUR VAN DE NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
tevens INSPECTEUR DER VISSCHERIJEN, HOOFD IN HET 1e DISTRICT,
[Handtekening]
H/NP.
17767a - '39 Dit document is een officiële waarschuwing aan de Nederlandse visserijsector over de gevaren van zeemijnen kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Informatievoorziening: De overheid (via de Marinestaf en de Afdeling Hydrografie) verzamelt gegevens van oorlogvoerende landen over mijnenvelden en verspreidt deze via de "Berichten aan zeevarenden" (B.A.Z.), radio-uitzendingen via Radio Scheveningen en gedrukte kaartjes.
- Operationele instructies: Er worden specifieke instructies gegeven voor de veiligheid: het mijden van aangegeven gebieden, het niet aanraken van drijvende mijnen en de procedure bij het opvissen van een mijn (net laten vieren en kappen).
- Toon: De toon is zakelijk, adviserend maar dringend, bedoeld om economische activiteit (visserij) te laten voortbestaan ondanks de toegenomen risico's.
- Technisch detail: Het vermelden van de golflengte (123 meter) en de exacte uitzendtijden (Amsterdamse tijd) illustreert hoe cruciaal tijdige berichtgeving was voor de veiligheid op zee. De datum van het document, 23 september 1939, is van cruciaal belang. Nazi-Duitsland was op 1 september Polen binnengevallen, waarna het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk de oorlog verklaarden. Hoewel Nederland op dat moment neutraal was, werd de Noordzee direct een oorlogsgebied.
Zowel de Britse Royal Navy als de Duitse Kriegsmarine legden op grote schaal mijnenvelden om elkaars havens en scheepvaartroutes te blokkeren. Voor de Nederlandse vloot, en met name de vissersschepen die voor hun broodwinning afhankelijk waren van de Noordzee, ontstond er een levensgevaarlijke situatie.
De "Nederlandsche Visscherijcentrale" (opgericht in 1934) fungeerde hier als de brug tussen de militaire autoriteiten (de Marine) en de civiele visserijsector. Het document weerspiegelt de precaire positie van een neutraal land dat probeert de voedselvoorziening en handel veilig te stellen terwijl de wereld om hen heen in brand staat. De vermelding van "Nederlandsche mijnen" suggereert dat ook de Nederlandse Marine mijnen legde ter verdediging van de eigen kustwateren.