Archiefdocument
Origineel
18 september 1939 MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN.
Betreffende: voorlichting visscherij.
№ 19636. Afd. Landbouw-Crisis-Aangelegenheden.
№ 46 B / 29/1 [handgeschreven]
M. 1939 23/9 [stempel/handgeschreven]
's-GRAVENHAGE, 18 September 1939.
[Handgeschreven paraaf/aantekening in de linkermarge]
In overleg met mijn ambtgenoot van Defensie breng ik ter kennis van opvarenden, eigenaars en reeders van visschersvaartuigen, dat ten behoeve van de zeevisscherij maatregelen in voorbereiding zijn om een zoo doeltreffend mogelijke voorlichting inzake het mijnengevaar ter zee te bevorderen.
Te dien einde heb ik de Nederlandsche Visscherijcentrale opdracht gegeven de uitvoering der maatregelen, in samenwerking met de door mijn ambtgenoot van Defensie aangewezen instantie, ter hand te nemen.
Bijgaand rondschrijven beoogt met de uitvoering hiervan een aanvang te maken.
DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN,
[Handtekening van M.P.L. Steenberghe]
A A N
de Opvarenden, Eigenaars en Reeders van Visschersvaartuigen, georganiseerd bij de Nederlandsche Visscherijcentrale.
[Linksonder:] 14918 - '39
[Rechtsonder, handgeschreven:] 46 B Dit officiële schrijven van de Minister van Economische Zaken is gericht aan de gehele Nederlandse visserijsector. De kern van de boodschap is de aankondiging van veiligheidsmaatregelen vanwege de dreiging van zeemijnen.
- Doel: Het informeren van vissers over de gevaren op zee en het aankondigen van een gecoördineerde voorlichting.
- Uitvoering: De uitvoering wordt gedelegeerd aan de Nederlandsche Visscherijcentrale, die hiervoor nauw moet samenwerken met het Ministerie van Defensie.
- Toon: Formeel en urgent, passend bij de crisissituatie van dat moment.
- Opvallend: De vermelding van de afdeling "Landbouw-Crisis-Aangelegenheden" duidt op de uitzonderingstoestand waarin de Nederlandse economie en voedselvoorziening op dat moment verkeerden. Het document is gedateerd op 18 september 1939, slechts ruim twee weken na de Duitse inval in Polen en de daaropvolgende oorlogsverklaringen van Groot-Brittannië en Frankrijk aan Duitsland. Hoewel Nederland op dit moment nog neutraal was, werd de Noordzee onmiddellijk een gevaarlijk strijdtoneel.
Zowel de Britse als de Duitse marine legden op grote schaal mijnenvelden aan om elkaars havens en scheepvaartroutes te blokkeren. Voor de Nederlandse vissersvloot betekende dit een levensgevaarlijke situatie; veel schepen liepen in de eerste oorlogsmaanden op mijnen, vaak met dodelijke afloop. Dit document markeert het begin van de overheidsbemoeienis om de vissers te instrueren over veilige routes en het herkennen van gevarenzones, een taak waarbij de Marine (Defensie) de noodzakelijke expertise leverde aan de civiele visserijsector. De genoemde Minister van Economische Zaken in deze periode was de KVP-politicus M.P.L. Steenberghe.