Dienstmededeling/Brief
Origineel
Dienstmededeling/Brief 11 oktober 1939 Nederlandsche Visscherijcentrale, 's-Gravenhage Belanghebbenden [Stempel linksboven:] № 463/32/1 M. 1939 13/10
[Rechtsboven:] 604
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
Jul.v. Stolbergplein 3-4, / Telefoon 720080+
Postgirorekening 245271 / Intercomm. XX
Afd. Ze/Ga. № 4642/449. / 's-Gravenhage, 11 October 1939.
Betreffende: aanvoer
zeevisch.
A A N
Belanghebbenden.
[Blauwe stempel:] TER KENNISNEMING
[Handgeschreven aantekeningen links:]
Gezien
[Paraaf]
M. de Boer t-h
[Paraaf/Handtekening]
Hierdoor deel ik U mede, dat met ingang van 11 October 1939 tot nader aankondiging aan de georganiseerden bij de Nederlandsche Visscherijcentrale, toegelaten tot de groep "Eigenaars en/of gebruikers van zee- en kustvisschers-vaartuigen", die in het bezit zijn van een geldig uit-vaarcertificaat voor de trawlvisscherij, ontheffing wordt verleend van het bepaalde in artikel 3 van het Crisis-Zeevischbesluit 1936.
De maaswijdte van de voor de visscherij op zeevisch gebruikte netten behoeft derhalve na genoemden datum niet meer te voldoen aan de eerder vastgestelde maat(7 cm)..
Van het visschen op haring, sprot, of makreel behoeft van te voren geen kennis meer te worden gegeven aan de Nederlandsche Visscherijcentrale, terwijl de vastgestelde minimum-maten voor tong, schar, schol, schartong, tongschar, schelvisch, kabeljauw, tarbot, griet en hake(merluccius, merluccius) zijn vervallen.
Voor georganiseerden bij de Nederlandsche Visscherij-centrale, toegelaten tot de groep "Garnalenvisschers", is tot nader aankondiging bepaald, dat de artikelen 2 en 3 van het Ontheffingsbesluit I (Crisis-Zeevischbesluit 1936) vervallen.
De garnalenvisscher mag derhalve zonder meer - dus zonder dat rekening dient te worden gehouden met hetgeen eerder bepaald was ten aanzien van de minimum-maten van tong, schar, schol, schartong, tongschar, schelvisch, kabeljauw, tarbot, griet, hake(merluccius, merluccius) - de tijdens de uitoefening van de garnalenvisscherij ge-vangen bijvisch aanvoeren .
DE DIRECTEUR,
[Handtekening]
J.d.V./NP. Deze brief is een officiële bekendmaking van de Nederlandsche Visscherijcentrale waarin ingrijpende versoepelingen van de visserijregels worden aangekondigd. De kernpunten zijn:
1. Vrijstelling van de maaswijdte: De verplichting dat netten voor de zeevisserij een maaswijdte van minimaal 7 cm moeten hebben, wordt opgeheven.
2. Afschaffing meldingsplicht: Voor de vangst van haring, sprot en makreel hoeft vooraf geen melding meer te worden gemaakt.
3. Vervallen minimum-maten: Voor een groot aantal vissoorten (o.a. tong, schol, kabeljauw) gelden per direct geen minimum-maten meer.
4. Bijvangst garnalenvissers: Garnalenvissers mogen alle bijvangst aanvoeren zonder rekening te hoeven houden met de wettelijke minimum-maten.
Deze maatregelen betekenen in feite het buiten werking stellen van belangrijke onderdelen van het Crisis-Zeevischbesluit 1936, specifiek voor vissers die zijn aangesloten bij de Centrale. De datum van dit document, 11 oktober 1939, is cruciaal voor het begrip van de inhoud. Nederland bevond zich op dat moment in de periode van de Mobilisatie, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (september 1939) waarin Nederland nog neutraal was.
In tijden van oorlogsdreiging en internationale spanningen verschoof de prioriteit van de overheid van marktregulering (het doel van de "Crisis"-wetgeving uit de jaren '30 om prijzen hoog te houden door beperking van aanbod) naar voedselvoorziening. Door de regels voor maaswijdtes en minimum-maten los te laten, kon de visserijsector de opbrengst maximaliseren. De "bijvisch" die voorheen overboord moest, werd nu essentieel voor de nationale voedselvoorraad. Het document illustreert de overgang van een economisch crisisbeleid naar een oorlogseconomie gericht op zelfvoorziening. M. de Boer