Archiefdocument
Origineel
(Noot: Doorgehaalde tekst is weergegeven met ~~strikethrough~~, toevoegingen boven de regel staan tussen ^tekens^)
dat worde besloten:
~~2. aan den Directeur van het Veemarkt-abattoir.~~
~~3. de gevraagde machtiging~~ ^te verleenen^ ~~om naar het~~
~~oordeel van den Directeur~~ ^ter koeling^ ~~van het abattoir~~
~~daaraan gekochte groenten en fruit, voor~~
~~zoover noodig in vries, niet in het~~
~~koelhuis op het abattoir te doen opslaan.~~
~~4~~ 3. het tarief voor bewaring ^van groente, fruit^ in het
koelhuis van het abattoir ^ook tijdelijk^ naar den
maatstaf van f 5,25 per m2 ingenomen
ruimte per maand. De tekst is een werkversie van een bestuursbesluit. De auteur heeft een oorspronkelijk uitgebreider voorstel (waarin machtigingen aan de directeur centraal stonden) gereduceerd tot een kernpunt over tarieven.
De uiteindelijke beslissing (het resterende punt 3) regelt de commerciële exploitatie van de koelfaciliteiten van het slachthuis voor derden. Opvallend is dat het tarief wordt berekend op basis van de ingenomen oppervlakte per tijdseenheid (f 5,25 per m² per maand), in plaats van per gewicht of volume van de goederen. Dit suggereert een verhuurmodel van vloerruimte binnen de koelcellen. In de eerste helft van de 20e eeuw beschikten gemeentelijke abattoirs (slachthuizen) vaak over de enige grootschalige koelfaciliteiten in een regio. Om de exploitatiekosten te dekken en lokale handelaren te ondersteunen, werden deze ruimtes vaak verhuurd voor de opslag van andere bederfelijke waren, zoals groenten en fruit, buiten de vleessector om. Het "Veemarkt-abattoir" verwijst naar de destijds gebruikelijke combinatie van een veehandelsplaats en een slachtlocatie onder gemeentelijk beheer. De precieze hoogte van het bedrag (5,25 gulden) plaatst dit document in een periode waarin de gulden een aanzienlijke koopkracht had.