de Boer (ondertekenaar).
Bekijk Verhaal ➔Bron-evidence
Deze gebeurtenissen staan op documenten die aan deze persoon gekoppeld zijn, maar zijn nog niet als hard persoonsfeit bevestigd.
Het verzoek van den Heer Prins om voor zijn zaak op Uilenburg een stal te plaatsen, moet m.i. worden afge-wezen.
dat wij in onze vergadering van 5 dezer hebben besloten U, met ingang van 6 Mei 1939 wegens diefstal te straffen met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt
met ingang van 6 Mei 1939 wegens diefstal te straffen met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor den tijd van 4 maanden
derhalve tot 6 September 1939
Archiefdocumenten
Ambtelijke notitie of advies op een voorgedrukt formulier ("BIJBLAD VAN").
Het document is een interne ambtelijke notitie betreffende een verzoek van een zekere heer Prins. Deze ondernemer wilde blijkbaar een "stal" (waarschijnlijk een marktkraam of een kleine houten aanbouw) plaatsen voor zijn bedrijfspand in de wijk Uilenburg. De behandelend ambtenaar adviseert negatief op dit verzoek ("moet m.i. worden afgewezen"). De motivatie is beknopt: volgens de ambtenaar wordt het uitzicht op de zaak van de heer Prins door de huidige situatie niet belemmerd. Dit suggereert dat de heer Prins zijn verzoek mogelijk had onderbouwd met de claim dat hij een stal nodig had omdat zijn zaak anders niet goed zichtbaar of bereikbaar zou zijn, of dat hij juist klaagde over een belemmering die hij met een eigen stal wilde compenseren. De ambtenaar verwerpt dit argument. De opeenvolgende data wijzen op een administratief proces dat ongeveer twee weken in beslag nam, van het eerste advies (21 maart) tot de uiteindelijke afhandeling of archivering (6 april).
Administratief bijblad/registratiekaart van de gemeente (waarschijnlijk Amsterdam).
* **Status van de aanvraag:** Het document legt het proces vast van een aanvraag door J.A. Faber. Aanvankelijk was er een oproep om een "voorkeurskaart" op te halen, maar uiteindelijk werd het verzoek afgewezen. * **Reden van afwijzing:** De afwijzing ("kan m.i. niet worden ingewilligd") is gebaseerd op een negatief advies van de "Hr. Wolff" en verwijst expliciet naar een rapport van de "Marktopzichter". Dit suggereert dat Faber een vergunning of standplaats op een markt ambieerde. * **Locatie:** De vermelding van "Prinsengracht 277" duidt op Amsterdam. * **Administratieve gang:** Het document toont een typische ambtelijke verwerking uit de jaren '30, waarbij verschillende functionarissen (Wolff, de Boer) hun fiat of advies op dezelfde kaart noteerden. De rode cijfers onderaan zijn waarschijnlijk een verwijzing naar het definitieve dossiernummer of de opvolgende actie.
Officiële brief (doorslag/afschrift) van de Gemeente Amsterdam.
* **Inhoud:** Het document betreft een officiële aanzegging van een straf. De heer J. Vos wordt voor de duur van vier maanden (van mei tot september 1939) de toegang ontzegd tot de Centrale Markt in Amsterdam vanwege diefstal. * **Voorwaardelijke straf:** Er wordt een waarschuwing toegevoegd: indien de betrokkene binnen drie jaar na afloop van deze periode opnieuw een strafbaar feit pleegt op de markt, zal de toegang definitief ontzegd worden. * **Ondertekening:** De brief is een "eensluidend afschrift", wat betekent dat het een officiële kopie is van het originele besluit. De namen van wethouder Emanuel Boekman en de secretaris (Van Lier) zijn getypt met de aanduiding "(get.)", en het afschrift is fysiek getekend door de secretaris. * **Administratieve context:** De codes linksboven ("AFD. L.M." en de stempel "M. 1939") duiden op de administratie van de afdeling Markten of Levensmiddelen.
Handgeschreven ambtelijke notitie / rapportage.
De kern van dit document is een verantwoording van een ambtenaar (vermoedelijk een inspecteur of politiefunctionaris) aan de wethouder over de handhaving van de regelgeving voor olieventers. In de jaren '30 was straathandel aan strikte banden gelegd. De schrijver legt uit waarom het lastig is om bekeuringen uit te delen: de venters gebruiken de "vaste klanten"-smoes. Als zij beweren alleen bij vaste klanten te bezorgen, vallen zij onder andere regels dan wanneer zij actief op straat aan willekeurige passanten verkopen. Om een proces-verbaal te mogen uitschrijven, moet de daadwerkelijke verkoop aan een niet-vaste klant op heterdaad geconstateerd worden. De ambtenaar meldt dat hij zelf op 5 november 1936 een nachtelijke surveillance heeft uitgevoerd (tussen 21:00 en 00:00 uur) in Amsterdam-Noord, maar zonder resultaat. Wel meldt hij dat de specifieke "adressant" (de persoon over wie de klacht of de correspondentie waarschijnlijk gaat) onlangs nog op de bon is geslingerd (31 oktober).
Handgeschreven ambtelijke notitie / intern memo.
Dit document bevat een korte administratieve correspondentie over de toewijzing van marktplaatsen op twee bekende Amsterdamse markten. De kern van de zaak is een vermeende ongelijke behandeling van een zekere heer Pohlman ten opzichte van een vrouwelijke collega ("betr. juffrouw"). De beantwoording door de ambtenaar De Haan verduidelijkt dat het verschil in behandeling voortkwam uit de feitelijke situatie op de verschillende locaties: 1. **Dapperstraat:** Hier was ruim voldoende plek, waardoor vaste plaatsen direct konden worden toegewezen. 2. **Ten Katestraat:** Hier liep een procedure voor herindeling of verplaatsing, waardoor houders van voorkeurskaarten (kooplieden met oudere rechten) moesten wachten tot deze procedure was afgerond. De Haan besluit met de opmerking dat Pohlman genoegen heeft genomen met deze uitleg. Het document is een typisch voorbeeld van ambtelijke verslaglegging waarbij rode inkt wordt gebruikt voor instructies of vragen van een superieur, en zwarte inkt voor het feitelijke antwoord en de afhandeling.
Getypte brief (doorslag/copie).
* **Inhoud:** De brief dient als een formele intrekking van een eerder verleende machtiging (gedateerd 23 maart 1942) aan de heer G.J. Nooy. De machtiging had betrekking op werkzaamheden voor Hoofdafdeling III (Voedselvoorziening). De reden voor intrekking wordt vaag omschreven als "organisatorische redenen". Er wordt wel aangegeven dat men in de toekomst nog steeds om advies kan vragen. * **Toon:** De brief is formeel en beleefd van toon ("deel ik U hierdoor beleefd mede", "dank ik U bij voorbaat"), wat gebruikelijk was voor ambtelijke correspondentie uit die tijd, zelfs binnen collaborerende instanties. * **Personen:** * **A.A. Kamphuis:** De ondertekenaar, werkzaam bij de Amsterdamse vestiging van de Landstand. * **G.J. Nooy:** De geadresseerde, wonende aan de Egidiusstraat 49 (beletage) in Amsterdam. * **Heer Heesterman en Heer Balk:** Andere functionarissen binnen de organisatie die betrokken waren bij het overleg of de oorspronkelijke machtiging.
Ambtelijke notitie of marginaal besluit op een los blad.
De tekst is opgedeeld in twee duidelijke segmenten: 1. **Referentie naar eerdere actie:** De bovenste drie regels vermelden een dossiernummer (30/29/2) en een datum (4 oktober 1836). Hierin wordt vastgesteld dat er op die datum "assistentie" (bijstand of ondersteuning) is toegekend voor de zoon, Jacob Monterinus. De schuine streep aan het einde markeert de afsluiting van deze referentie. 2. **Actueel verzoek:** Het onderste gedeelte is een korte instructie van een ambtenaar genaamd "de Boer". Hij richt zich op 9 december 1842 tot "Th Rens" met het verzoek om advies uit te brengen over deze zaak. De schrijfstijl is een typisch 19e-eeuws administratief handschrift. De term "assistentie" werd in die periode vaak gebruikt in de context van armenzorg of financiële tegemoetkomingen voor specifieke noden (zoals onderwijs of medische kosten).
Ambtelijk verzoekschrift/interne notitie betreffende marktvergunningen.
Het document is een formeel advies van een lagere marktbeambte (waarschijnlijk de marktmeester) aan de Inspecteur van het Marktwezen. De strekking is het faciliteren van een standplaats voor een specifieke koopman, de heer A. v.d. Wende. De tekst onderaan toont de bureaucratische besluitvorming: 1. **Vraagteken bij status:** Er wordt getwijfeld aan de status "dagplaats" (een tijdelijke plek die dagelijks opnieuw wordt toegewezen), wat suggereert dat de aanvrager wellicht in aanmerking komt voor een stabielere positie. 2. **Actie:** De instructie "Oproepen" geeft aan dat de aanvrager moest verschijnen voor een gesprek of administratieve controle. 3. **Besluit:** Uiteindelijk krijgt de aanvrager op 1 november 1943 een "vaste plaats" toegewezen, wat meer zekerheid bood dan de aanvankelijk gevraagde dagplaats. 4. **Registratie:** De definitieve inschrijving in de boeken geschiedde per 14 november 1943.
Handgeschreven ambtelijke notitie op gelinieerd papier.
De notitie betreft een administratieve mededeling aan een zekere heer Ab. (waarschijnlijk Abraham) v. Iperen. Hem is te verstaan gegeven dat hij voor een bepaalde zaak contact moet opnemen met het "Bedrijfschap" in Den Haag. De tekst bevat een latere toevoeging in rode inkt ("erkenning?"), wat suggereert dat de aard van de aanvraag of de reden voor het doorverwijzen te maken had met een officiële erkenning. De ondertekening door "deBoer" en de latere aftekening "Gezien 30-5-'44" duiden op een hiërarchisch administratief proces binnen een kantoor of instantie.
Handgeschreven memo of verslag op een los vel papier.
Het document is een korte notitie waarin de verklaring van een zekere J. Hellegers wordt vastgelegd. Hij wordt blijkbaar verdacht van het illegaal venten (straatverkoop) van bloemen. Hellegers ontkent dit en stelt dat hij slechts éénmaal op een zaterdagochtend zijn broer – die wél bloemenventer is – heeft geholpen door de kar vast te houden. De tekst benadrukt de medische status van Hellegers: hij mag absoluut niet werken en moet zes weken volledige rust houden. Om dit te verifiëren wordt verwezen naar Dr. D. v.d. Sande van de polikliniek van het Binnengasthuis in Amsterdam, inclusief de specifieke uren waarop de arts raadpleegbaar is. Het document is ondertekend door 'de Boer', waarschijnlijk een controleur of administratief medewerker.
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE De Boer zou zijn verzekeraar van dit voorval in kennis stellen. Ik verzoeke U beleefd de schadevordering voor mijn dienst te willen behandelen. )) 9/8 '39 amp
# DOCUMENT INFO * **Type document:** Handgeschreven verzoekschrift/brief. * **Afzender:** G. den Boer (geboren 4 september 1879). * **Ontvanger:** Gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de afdeling Marktwezen van Amsterdam). * **Datum:** 27 oktober 1943. * **Locatie:** Amsterdam. * **Kenmerken:** Bevat administratieve aantekeningen in de kantlijn en bovenin ("No. 29/81/L", "M. 1943 2...
# TRANSCRIPTIE [Rechtsboven, handgeschreven:] *den. R. de Boer.* [Linksboven, getypt:] vP/HG. 90/52/2 M. [Midden boven, handgeschreven:] *Gezonden 24/10-'39* [Rechts, getypt:] 24 October 1939. den Heer R. Brander, Zwanenburgwal 66 hs, Amsterdam-Centrum. Wijk 3. Naar aanleiding van Uw brief d.d. 25 September jl. be- richt ik U, dat U toestemming kan worden verleend om zich, in verband met Uw ...
# TRANSCRIPTIE [Handgeschreven, rechtsboven:] Mr. de Boer. [Handgeschreven, middenboven:] Extra [Getypt, linksboven:] HG. [Getypt, links:] 25/192/9 M. [Getypt, rechts:] 7 November 1939. [Adresblok:] den Heer H. Slomp, Nieuwendijk 6 I, Amsterdam-Centrum. Wijk 8. [Inhoud:] Naar aanleiding van Uw ~~brief d.d.~~ briefkaart d.d. 26 Oct. jl. verleen ik U hierbij tot wederopzegging toestemming zich op...
# TRANSCRIPTIE [Handgeschreven, rechtsboven:] *2 ex. M. de Boer.* [Getypt:] HG. [Getypt, links:] 27/97/2 M. [Handgeschreven, diagonaal over de datum:] *extra* [Getypt, rechts:] 9 October 1939. [Geadresseerde, rechts:] den Heer S. Springer, Lange Houtstraat 41 III, Amsterdam-Centrum. wijk 2. [Inhoud:] Naar aanleiding van Uw brief d.d. 11 September jl. verleen ik U hierby gedurende ten hoogst...