Archief 745
Inventaris 745-275
Pagina 255
Dossier 93
Jaar 1939
Stadsarchief

Brief of ambtelijke notitie (fragment).

13 januari 1929.

Origineel

Brief of ambtelijke notitie (fragment). 13 januari 1929. kooplieden, dat papier en ander afval, dat door
marktbezoekers en -bewoners op straat wordt gewor-
pen en onder zijn stal waait, die in de goot langs het
trottoir is geplaatst, niet door hem verwijderd en
opgeruimd behoeft te worden.
waar het de bedoeling der directie v/h Marktwe-
zen is, dat zulks wel geschiedt, volgt vanzelfsprekend
een rapport over zoodanige gevallen.
Amsterdam, 13 Jan. ’29
[Handtekening: J.J. Monchen / onleesbaar] Het document betreft een instructie of een verslag over de handhaving van de reinheid op de Amsterdamse markten. De kern van het geschrevene is een interpretatieverschil over de schoonmaakplicht van de koopman.

De tekst stelt vast dat sommige kooplieden van mening zijn dat zij niet verantwoordelijk zijn voor afval (zoals papier) dat niet door henzelf, maar door voorbijgangers of omwonenden op straat is gegooid en vervolgens onder hun marktkraam ("stal") is gewaaid. De schrijver benadrukt echter dat de Directie van het Marktwezen eist dat de koopman dit afval wél opruimt. Indien de koopman dit nalaat, wordt er "vanzelfsprekend" een rapport (proces-verbaal of officiële melding) opgemaakt.

Het handschrift is een vlot, zakelijk cursief schrift, kenmerkend voor de vroege 20e-eeuwse administratie. De spelling is conform de tijd (bijv. "zoodanige"). In de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw groeide de behoefte aan striktere regulering van de openbare markten in Amsterdam (zoals de Albert Cuypmarkt of het Waterlooplein) om de publieke hygiëne en orde te waarborgen. De "Directie van het Marktwezen" was de gemeentelijke instantie die hierop toezag.

Dit fragment illustreert de spanning tussen de dagelijkse praktijk van de kooplieden en de toenemende regeldruk vanuit de overheid. Het opruimen van de goot was een specifiek twistpunt, omdat dit vaak de grens vormde tussen de gehuurde standplaats en de openbare weg. De handtekening onderaan is waarschijnlijk van een marktmeester of een opziener van de reinigingsdienst die belast was met het toezicht.

Samenvatting

Het document betreft een instructie of een verslag over de handhaving van de reinheid op de Amsterdamse markten. De kern van het geschrevene is een interpretatieverschil over de schoonmaakplicht van de koopman.

De tekst stelt vast dat sommige kooplieden van mening zijn dat zij niet verantwoordelijk zijn voor afval (zoals papier) dat niet door henzelf, maar door voorbijgangers of omwonenden op straat is gegooid en vervolgens onder hun marktkraam ("stal") is gewaaid. De schrijver benadrukt echter dat de Directie van het Marktwezen eist dat de koopman dit afval wél opruimt. Indien de koopman dit nalaat, wordt er "vanzelfsprekend" een rapport (proces-verbaal of officiële melding) opgemaakt.

Het handschrift is een vlot, zakelijk cursief schrift, kenmerkend voor de vroege 20e-eeuwse administratie. De spelling is conform de tijd (bijv. "zoodanige").

Historische Context

In de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw groeide de behoefte aan striktere regulering van de openbare markten in Amsterdam (zoals de Albert Cuypmarkt of het Waterlooplein) om de publieke hygiëne en orde te waarborgen. De "Directie van het Marktwezen" was de gemeentelijke instantie die hierop toezag.

Dit fragment illustreert de spanning tussen de dagelijkse praktijk van de kooplieden en de toenemende regeldruk vanuit de overheid. Het opruimen van de goot was een specifiek twistpunt, omdat dit vaak de grens vormde tussen de gehuurde standplaats en de openbare weg. De handtekening onderaan is waarschijnlijk van een marktmeester of een opziener van de reinigingsdienst die belast was met het toezicht.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6