Handgeschreven brief (verzoek/kennisgeving).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoek/kennisgeving). 9 januari 1939 (genoteerd als 9/1 1939). Mevrouw Swalef-de Lara, wonende aan de N. [Nieuwe] Herengracht 189, Amsterdam. No 25/5/1 M. 1939 60/1
d. d. 9/1 1939
Mijnheer de Directeur v. Marktwezen
n.v. Insp.
Hierbij doe ik u toekomen het gevraagde
bewijs (van den Marktmeester Albert Cuypstraat) van
mijn huisarts wegens het ziek zijn van mijn man
Aangezien hij al 2 keer de Markt Albert Cuypstraat
en tevens Waterlooplein niet kon bezoeken. Daar
ik niemand in mijn huishouding heb, ben ik genood-
zaakt ook thuis te blijven Hopende u hiermede
genoegen zult nemen teken ik inmiddels
Hoogachtend
Mvr. Swalef-de Lara
N. Herengracht 189 * Doel van de brief: De schrijfster dient een officieel doktersbewijs in om de afwezigheid van haar echtgenoot op zijn marktplaatsen te rechtvaardigen.
* Inhoud: De echtgenoot van mevrouw Swalef-de Lara is ziek en heeft daardoor al twee keer verstek moeten laten gaan op de Albert Cuypmarkt en de markt op het Waterlooplein. De schrijfster verklaart dat zij zelf ook niet op de markt kon staan (of de zaken kon waarnemen) omdat zij de zorg voor het huishouden alleen draagt.
* Taalgebruik: Formeel en beleefd, kenmerkend voor correspondentie met officiële instanties in die tijd. De zinsbouw is ietwat gehaast (het ontbreken van een voegwoord tussen 'blijven' en 'Hopende').
* Handgeschreven kenmerken: De brief is geschreven in een duidelijk, vlot lopend handschrift. Onderaan rechts is met potlood het getal "25" genoteerd, waarschijnlijk een paginanummering voor het archiefdossier. Deze brief stamt uit januari 1939, een periode van grote maatschappelijke spanning vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De namen "Swalef" en "de Lara" zijn bekende namen binnen de Amsterdamse Joodse gemeenschap; "de Lara" is van oorsprong een Sefardisch-Joodse achternaam. De locatie van de afzender (Nieuwe Herengracht) lag in het hart van de toenmalige Joodse buurt.
In die tijd waren marktvergunningen strikt gereguleerd door de gemeente Amsterdam. Wanneer een marktkoopman niet op zijn plek verscheen, liep hij het risico zijn vaste standplaats of vergunning te verliezen. Het overleggen van een doktersverklaring ("bewijs van mijn huisarts") aan de Directeur van het Marktwezen was dan ook een noodzakelijke administratieve handeling om de economische positie van het gezin te beschermen. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse beslommeringen en de bureaucratische realiteit van Amsterdamse marktkooplieden aan de vooravond van de oorlog. Albert Cuypstraat (Marktmeester) N. Herengracht Swalef (Mevrouw) Gemeente Amsterdam Marktwezen