Archief 745
Inventaris 745-275
Pagina 492
Dossier 11
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtsbrief/adviesnota

20 maart 1939 (verzonden op 21 maart 1939) Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam)

Origineel

Ambtsbrief/adviesnota 20 maart 1939 (verzonden op 21 maart 1939) De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam) M. de Boer [handgeschreven]
VP/G.

25/43/3 M
1
20 Maart 1939.

Verzoek van C.P.Droogendyk
om marktplaats voor zyn
winkel.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.
4 dezer om advies ontvangen stuk No.23/1 L.M.1939 heb ik de
eer U te berichten, dat adressant is houder van een voor-
keurskaart voor een vaste plaats op de markt Albert Cuyp-
straat. Ingevolge artikel 7 van het Reglement op de Markten
zal hy derhalve te zyner tyd voor een vaste plaats op de
bedoelde markt in aanmerking komen. Het is echter uitgeslo-
ten te achten, dat die vaste plaats juist voor zyn winkel
zal zyn gelegen. De toewyzing der plaatsen geschiedt in de
volgorde van inschryving op de sollicitantenlyst, dat wil
zeggen strikt volgens ancienniteit der gegadigden. Ten be-
hoeve van winkeliers wordt daarop nimmer een uitzondering
gemaakt. Ik heb de eer U beleefd in overweging te geven den
adressant te doen berichten, dat de toewyzing der plaatsen
volgens ancienniteit geschiedt; dat daarop geen uitzonderin-
gen kunnen worden gemaakt en dat derhalve zyn verzoek om een
plaats juist voor zyn winkel te verkrygen niet voor inwil-
liging in aanmerking kan komen.

De Directeur, Het document is een formeel ambtelijk advies gericht aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. De kern van de zaak is een verzoek van een winkelier aan de Albert Cuypstraat, C.P. Droogendyk, die graag een vaste marktplaats direct voor zijn eigen winkelpand wil bemachtigen.

De Directeur van de betreffende dienst adviseert negatief op dit specifieke verzoek. Hoewel de aanvrager over een "voorkeurskaart" beschikt en dus recht heeft op een vaste plek, benadrukt de directeur dat de exacte locatie wordt bepaald door een strikt systeem van anciënniteit (dienstjaren/inschrijvingsduur) op de sollicitantenlijst. Er wordt expliciet vermeld dat voor winkeliers geen uitzonderingspositie bestaat. Het beleid is erop gericht om de toewijzing objectief en transparant te houden, zonder dat winkeliers voorrang krijgen op de plek direct voor hun deur. Dit document stamt uit maart 1939, een periode waarin de Albert Cuypmarkt in Amsterdam al een decennialange geschiedenis als gereguleerde dagmarkt had (sinds 1905). De spanning tussen de belangen van gevestigde winkeliers in de panden en de ambulante handelaren op de kramen was een terugkerend thema in het marktbeheer.

Het "Reglement op de Markten", waarnaar verwezen wordt, vormde de juridische basis voor de ordening van de openbare ruimte. Het systeem van voorkeurskaarten en anciënniteit was bedoeld om de hevige concurrentie om de beste plekken op de populaire Albert Cuypmarkt in goede banen te leiden. De weigering om een uitzondering te maken voor een winkelier illustreert de bureaucratische nauwgezetheid van het Amsterdamse stadsbestuur vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op een specifieke taakverdeling binnen het college van B&W, waarbij marktwezen direct verbonden was aan de voedselvoorziening van de stad.

Samenvatting

Het document is een formeel ambtelijk advies gericht aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. De kern van de zaak is een verzoek van een winkelier aan de Albert Cuypstraat, C.P. Droogendyk, die graag een vaste marktplaats direct voor zijn eigen winkelpand wil bemachtigen.

De Directeur van de betreffende dienst adviseert negatief op dit specifieke verzoek. Hoewel de aanvrager over een "voorkeurskaart" beschikt en dus recht heeft op een vaste plek, benadrukt de directeur dat de exacte locatie wordt bepaald door een strikt systeem van anciënniteit (dienstjaren/inschrijvingsduur) op de sollicitantenlijst. Er wordt expliciet vermeld dat voor winkeliers geen uitzonderingspositie bestaat. Het beleid is erop gericht om de toewijzing objectief en transparant te houden, zonder dat winkeliers voorrang krijgen op de plek direct voor hun deur.

Historische Context

Dit document stamt uit maart 1939, een periode waarin de Albert Cuypmarkt in Amsterdam al een decennialange geschiedenis als gereguleerde dagmarkt had (sinds 1905). De spanning tussen de belangen van gevestigde winkeliers in de panden en de ambulante handelaren op de kramen was een terugkerend thema in het marktbeheer.

Het "Reglement op de Markten", waarnaar verwezen wordt, vormde de juridische basis voor de ordening van de openbare ruimte. Het systeem van voorkeurskaarten en anciënniteit was bedoeld om de hevige concurrentie om de beste plekken op de populaire Albert Cuypmarkt in goede banen te leiden. De weigering om een uitzondering te maken voor een winkelier illustreert de bureaucratische nauwgezetheid van het Amsterdamse stadsbestuur vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op een specifieke taakverdeling binnen het college van B&W, waarbij marktwezen direct verbonden was aan de voedselvoorziening van de stad.

Gerelateerde Documenten 6