Brief / Verzoekschrift aan het Marktwezen.
Origineel
Brief / Verzoekschrift aan het Marktwezen. 6 oktober 1939. S. Pront, Daniël Theronstraat 1 oost, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. Nº 25/45/1 M. 1939 8/3
Amst. 6 Octob 1939
zie Insp.
Aan den Wel E.D. Heer de Directeur van
mark wezen
Te amsterdam
W. H.
Daar ondergetekende standplaats houder is op de markt
alber cuijpstraat (Nº 151) en van u een assistend vergunning
heeft gekregen voor L. Pront Nw. uilenburgerstraat 56 en deze
vergunning van af 4 Octob vervalt wou ik U.E.D. beleefd doch
dringend vragen een nieuwe vergunning voor S. Pront
Precidend brandstraat 18 liefs nog voor Zaterdag
Zoo blijf ik U.E.D.
U antwoord wachtend
S. Pront. Daniel Theronstraat Nº 1 oost.
25 * Inhoud: De heer S. Pront, houder van een standplaats op de Albert Cuypmarkt (nummer 151), verzoekt om een nieuwe assistentenvergunning. Een eerdere vergunning voor L. Pront is op 4 oktober verlopen. Hij vraagt nu met spoed ("beleefd doch dringend") een nieuwe vergunning aan voor S. Pront (wonend aan de President Brandstraat 18), bij voorkeur nog vóór de komende zaterdag.
* Taal en spelling: Het document bevat enkele archaïsche en fonetische spellingen, typerend voor die tijd of het opleidingsniveau van de schrijver (bijv. "mark wezen" voor marktwezen, "assistend" voor assistent, "Precidend brandstraat" voor President Brandstraat). De toon is formeel en eerbiedig ("Wel E.D. Heer", "U.E.D." - Uw Edel Achtbare).
* Paleografie: Het handschrift is een vlot, enigszins slordig cursief uit de eerste helft van de 20e eeuw. * Tijdsperk: Oktober 1939. De Tweede Wereldoorlog was net uitgebroken in Europa, hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was. De administratieve molen in Amsterdam draaide nog op de gebruikelijke wijze.
* Sociaal-geografisch: De genoemde locaties (Albert Cuypmarkt, Nieuwe Uilenburgerstraat, President Brandstraat) bevinden zich in stadsdelen van Amsterdam die historisch gezien een grote Joodse populatie kenden. De achternaam Pront en de genoemde adressen wijzen op de Joodse marktkoopliedengemeenschap in Amsterdam kort voor de bezetting.
* Regelgeving: Marktkooplieden hadden officiële vergunningen nodig voor hun vaste standplaatsen, en ook voor de personen die hen hielpen (assistenten) moesten aparte vergunningen worden afgegeven door de gemeente (Directeur van het Marktwezen). De noodzaak voor een vergunning voor zaterdag suggereert dat dit de drukste dag op de markt was. E.D. Heer H. Marktwezen