Handgeschreven rapport van de afdeling Centrale Boekhouding.
Origineel
Handgeschreven rapport van de afdeling Centrale Boekhouding. 18 augustus 1939. Rapport
Nº 85/86/M. 1939 19/8
[Stempel: CENTRALE BOEKHOUDING]
Op 18 Aug. 1939
vervoegde zich op het hoofd-
kantoor (administratie) de
kramenzetter
N. van Gelder
Waterlooplein 53.
( Letter R )
die aan de hand van zijn
boeken aantoonde, dat op
7/8 1939 de stallen 60, 18,
47, 9, 20, 34, 40, 23, 39,
17, 7, 11, 62, 32, 6, 8,
4, 26, 21 = totaal 19 stuks
9/8 1939 18, 26, 21, 42, 18, 9, 4, 10, 23,
17, 54, 11, 14, 39, 32, 6, 24, 62,
8, 15, 19, 43, 12, 13, 31, 60
= totaal 26 stuks
werden geplaatst, doch niet door Markt-
wezen in rekening waren gebracht.
Bij verder onderzoek is mij gebleken,
dat deze stallen door den ambtenaar,
belast met het opnemen der stallen,
niet op de dagrapporten van 7/8 - 9/8 39
werden vermeld; waardoor geen verdere
berekening door de administratie
hoofd kantoor is kunnen volgen.
A'dam, 18/8 39
(w.g.) H. Droogh
Boekhouder
wnd Dit ambtelijke rapport beschrijft een administratieve onregelmatigheid bij het Amsterdamse Marktwezen. Een kramenzetter, de heer N. van Gelder, meldde zich vrijwillig bij de Centrale Boekhouding om aan te geven dat hij voor bepaalde geplaatste marktkramen op 7 en 9 augustus 1939 geen rekening had ontvangen.
Uit de opsomming blijkt dat het om aanzienlijke aantallen gaat: 19 kramen op de eerste dag en 26 op de tweede. De auteur van het rapport (waarschijnlijk een waarnemend boekhouder genaamd H. Droogh) stelt na intern onderzoek vast dat de betreffende ambtenaar die belast was met de inventarisatie ("het opnemen") van de stallen, verzuimd heeft deze op de dagrapporten te vermelden. Hierdoor kon de centrale administratie de verschuldigde bedragen niet factureren.
Het document is een voorbeeld van nauwgezette boekhoudkundige controle en de interactie tussen marktkooplieden/dienstverleners en de gemeentelijke bureaucratie in de jaren '30. Het document dateert van augustus 1939, slechts enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De locatie, het Waterlooplein, was op dat moment het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en een centrum van handelsactiviteit.
De achternaam "Van Gelder" en de locatie suggereren dat de kramenzetter deel uitmaakte van de Joodse gemeenschap die daar woonde en werkte. Dit soort administratieve documenten geeft een waardevol inkijkje in het dagelijks leven en de formele economische structuren van de stad vlak voor de ingrijpende gebeurtenissen van de bezetting. Het feit dat een ondernemer zelf een fout in zijn voordeel komt melden (onderfacturatie), getuigt van een zekere mate van integriteit of angst voor latere naheffingen bij controle van zijn eigen boeken. H. Droogh N. van Gelder Marktwezen