Archief 745
Inventaris 745-301
Pagina 4
Dossier 24
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of origineel) met handgeschreven kanttekeningen.

25 september 1939 (verzonden 27 september 1939). Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (doorslag of origineel) met handgeschreven kanttekeningen. 25 september 1939 (verzonden 27 september 1939). De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst Amsterdam). 2 ex. Pl. de Glacer.

vP/HG.

85/50/2 M. Verzonden 27/9-'39.

25 September 1939.

den Heer A.v.Cleef,
Louis Bothastraat 12 III,
Amsterdam-Oost.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 23 April jl.
bericht ik U, dat dezerzijds geen bezwaar bestaat, indien
U op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat van een eigen
kar gebruik maakt.

De Directeur, * Onderwerp: Toestemming voor het gebruik van een eigen kar op de Albert Cuypmarkt.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands uit de vooroorlogse periode. De afkorting "jl." staat voor 'jongstleden'.
* Administratieve vertraging: Het valt op dat de brief van de heer Van Cleef dateert van 23 april, terwijl de beantwoording pas eind september plaatsvindt. Er zit dus vijf maanden tussen het verzoek en de toestemming.
* Handgeschreven notities: De aantekening "Verzonden 27/9-'39" geeft de feitelijke verzenddatum aan. Rechtsboven staat een instructie ("2 ex. Pl. de Glacer.") die mogelijk betrekking heeft op de archivering of duplicatie (mogelijk 'Plat de Glacer' of een specifieke naam/bestemming).
* Locatie: De Albert Cuypstraat is de bekendste markt van Amsterdam. De Louis Bothastraat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Dit document stamt uit september 1939, de maand waarin de Tweede Wereldoorlog uitbrak met de inval in Polen. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, heerste er al grote spanning. Voor de individuele burger, zoals de heer Van Cleef, gingen de dagelijkse beslommeringen en de bureaucratie rondom zijn nering op de markt echter gewoon door.

De Albert Cuypmarkt was in die tijd streng gereguleerd door de gemeente. Kooplieden hadden voor vrijwel elk detail van hun bedrijfsvoering — waaronder het type kar dat zij mochten gebruiken — officiële toestemming nodig. Het feit dat hij een "eigen kar" wilde gebruiken in plaats van een standaard gehuurde gemeentekar, vereiste deze schriftelijke goedkeuring. Gezien de naam "Van Cleef" en het adres in de Transvaalbuurt (een buurt met destijds een grote Joodse populatie), is het aannemelijk dat de ontvanger deel uitmaakte van de Joodse gemeenschap in Amsterdam, die kort na deze brief te maken zou krijgen met de restricties van de bezetting.

Samenvatting

  • Onderwerp: Toestemming voor het gebruik van een eigen kar op de Albert Cuypmarkt.
  • Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands uit de vooroorlogse periode. De afkorting "jl." staat voor 'jongstleden'.
  • Administratieve vertraging: Het valt op dat de brief van de heer Van Cleef dateert van 23 april, terwijl de beantwoording pas eind september plaatsvindt. Er zit dus vijf maanden tussen het verzoek en de toestemming.
  • Handgeschreven notities: De aantekening "Verzonden 27/9-'39" geeft de feitelijke verzenddatum aan. Rechtsboven staat een instructie ("2 ex. Pl. de Glacer.") die mogelijk betrekking heeft op de archivering of duplicatie (mogelijk 'Plat de Glacer' of een specifieke naam/bestemming).
  • Locatie: De Albert Cuypstraat is de bekendste markt van Amsterdam. De Louis Bothastraat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost.

Historische Context

Dit document stamt uit september 1939, de maand waarin de Tweede Wereldoorlog uitbrak met de inval in Polen. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, heerste er al grote spanning. Voor de individuele burger, zoals de heer Van Cleef, gingen de dagelijkse beslommeringen en de bureaucratie rondom zijn nering op de markt echter gewoon door.

De Albert Cuypmarkt was in die tijd streng gereguleerd door de gemeente. Kooplieden hadden voor vrijwel elk detail van hun bedrijfsvoering — waaronder het type kar dat zij mochten gebruiken — officiële toestemming nodig. Het feit dat hij een "eigen kar" wilde gebruiken in plaats van een standaard gehuurde gemeentekar, vereiste deze schriftelijke goedkeuring. Gezien de naam "Van Cleef" en het adres in de Transvaalbuurt (een buurt met destijds een grote Joodse populatie), is het aannemelijk dat de ontvanger deel uitmaakte van de Joodse gemeenschap in Amsterdam, die kort na deze brief te maken zou krijgen met de restricties van de bezetting.

Locaties

De Albert Cuypstraat is de bekendste markt van Amsterdam. De Louis Bothastraat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost.

Gerelateerde Documenten 6