Officiële brief/oproeping.
Origineel
Officiële brief/oproeping. 24 mei 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). den Heer E. Mendels, Nieuwmarkt 10, Amsterdam-Centrum. [Linksboven, getypt:]
85/63/1 M
[Midden boven, handgeschreven:]
en tr
[Rechtsboven, getypt:]
G.
[Rechtsonder kenmerk, getypt:]
24 Mei 1939
[Geadresseerde:]
den Heer E. Mendels,
Nieuwmarkt 10,
Amsterdam-Centrum.
[Inhoud:]
Op Zaterdag 20 Mei jl. is geconstateerd, dat op de markt Albert Cuypstraat materiaal, bestemd voor het uitstal-len van goederen, dat door U was verhuurd, aanwezig was, zonder dat U hiervoor vergunning is verleend.
In verband hiermede verzoek ik U Vrydag 26 Mei a.s. te mynen kantore, Jan van Galenstraat 14, te komen.
Indien U aan deze oproeping niet zoudt voldoen, zou U niet langer kunnen worden toegestaan, materiaal op de markten te plaatsen.
[Ondertekening:]
De Directeur, * Onderwerp: Een officiële berisping en oproeping naar aanleiding van een overtreding van de marktverordening.
* Overtreding: De heer Mendels heeft materiaal (zoals marktkramen of uitstalborden) verhuurd aan marktkooplieden op de Albert Cuypmarkt zonder de vereiste vergunning van de gemeente.
* Sanctie: Er wordt gedreigd met een verbod op het plaatsen van materiaal op alle markten indien de geadresseerde niet verschijnt op het kantoor aan de Jan van Galenstraat.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toenmalige spelling (bijv. "Vrydag", "mynen") en een formele, autoritaire toon die passend is voor ambtelijke correspondentie uit het interbellum.
* Locatie kantoor: De Jan van Galenstraat 14 was het adres van de Centrale Markthallen in Amsterdam, geopend in 1934. Dit document stamt uit mei 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijk in de strikte regulering van de Amsterdamse straatmarkten, in dit geval de Albert Cuypmarkt.
De geadresseerde, E. Mendels, woonde aan de Nieuwmarkt 10. De Nieuwmarktbuurt was op dat moment het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Gezien de datum en de naam van de ontvanger, krijgt dit ogenschijnlijk triviale bureaucratische document een zwaardere lading; veel Joodse ondernemers in deze buurt zouden in de jaren die volgden door de bezetter uit hun ambt en woningen worden verdreven. De administratieve precisie van de Amsterdamse marktdienst bleef echter, zoals hier te zien, tot vlak voor de oorlog onverminderd van kracht.