Getypte brief (kopie), aangeduid als "AFSCHRIFT".
Origineel
Getypte brief (kopie), aangeduid als "AFSCHRIFT". 13 november 1940. K. van Houten, wonende aan de Davisstraat 10 huis te Amsterdam. De Wethouder van het Marktwezen en Levensmiddelen te Amsterdam. No.31/58/1 M.1940 AFSCHRIFT.
No.1041 L.M.1940.
WelEd.Gestr.Heer Wethouder
van het Marktwezen en
Levensmiddelen
te Amsterdam.
WelEd.Gestrenge Heer
Ondergeteekende, K.van Houten, wonende Davisstraat 10
huis, Amsterdam, verzoekt UEd.beleefd om een onderhoud.
Reden: Het betreft hier om een standplaats op de markten
die nu door het Marktwezen is ingetrokken en ik door de In-
specteur van het Marktwezen naar UEd.wordt verwezen. Het geldt
hier niet mijn persoonlijkheid doch de aard van werken wat ik
hier niet kan beschrijven daarom mijn verzoek om een onderhoud.
Hopende per omgaand antwoord te mogen ontvangen, teeken
ik,
Hoogachtend,
Uw dw.dienaar
w.g.K.van Houten.
Amsterdam, 13 November 1940.
K.van Houten,
Davisstraat 10 hs
Amsterdam. * Vorm: Het document is een formeel afschrift van een verzoekschrift. Het taalgebruik is uiterst beleefd en ambtelijk ("WelEd.Gestrenge Heer", "Uw dw.dienaar"). De afkorting "w.g." bij de ondertekening staat voor "was getekend", wat bevestigt dat dit een kopie is van het originele document.
* Inhoud: De briefschrijver, K. van Houten, vraagt om een persoonlijk gesprek met de wethouder omdat zijn of haar vergunning voor een marktstandplaats is ingetrokken. De schrijver is door een inspecteur doorverwezen naar de wethouder. Opvallend is de vage omschrijving van de reden: het zou gaan om de "aard van werken" die niet schriftelijk beschreven kan worden. Dit suggereert een gevoelige of complexe kwestie.
* Toestand: De tekst is goed leesbaar, getypt met een schrijfmachine. Er is een kleine typefout of correctie zichtbaar bij het woord "wordt" (mogelijk "wordt" over iets anders heen getypt). * Historische periode: De brief is gedateerd op 13 november 1940, exact zes maanden na de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog. De Duitse bezetting was in volle gang.
* Bestuur: Amsterdam stond op dat moment onder toezicht van de bezetter, maar het civiele apparaat (zoals de wethouders) functioneerde nog grotendeels, zij het onder toenemende druk van anti-Joodse maatregelen en nazificatie.
* Relevantie: Het intrekken van marktvergunningen was in deze periode vaak gelinkt aan de uitsluiting van Joodse handelaren van de openbare markten (een proces dat in de herfst van 1940 intensiever werd). Hoewel de naam "Van Houten" niet direct op een Joodse achtergrond wijst, past de timing en de vage omschrijving van de "aard van werken" in het beeld van burgers die probeerden via officiële weg bezwaar te maken tegen plotselinge bureaucratische uitsluiting of nieuwe restricties opgelegd door de bezetter of het meewerkende stadsbestuur.