Administratieve dossierkaart of bijblad betreffende een marktvergunning.
Origineel
Administratieve dossierkaart of bijblad betreffende een marktvergunning. [Rechtsboven:] 731
[Stempel linksboven:]
BIJBLAD V/AN:
M. - No. 33/80/1 1940
DOORGEZONDEN: 10/9
[Handgeschreven tekst rechtsboven:]
S. Hartog, pl. 105 Westerstraat
(heeft ook plaats zog. Alb. Cuypstr.)
Th. Wolff
18-9-40
[Centrale handgeschreven tekst:]
Het verzoek van S. ~~L.~~ Hartog
moet m.i. worden afgewezen.
Aan Hartog moet worden bericht, dat aldaar
hij zijn plaats op de markt Westerstraat ge-
regeld, d.w.z. ~~twee~~ drie maal in de
vier weken moet innemen, daar anders de
plaats wordt ingetrokken.
(Zie rapport Marktopz.)
[Rechtsonder:]
24-9-40
de Haer
[Onderaan midden, in rode inkt:]
2. 33/80/2
26/9/40 [onleesbare paraaf]
[Voettekst links:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een ambtelijke besluitvorming over een standplaatsvergunning voor de markt. De handelaar S. Hartog bezet plaats 105 op de markt in de Westerstraat, maar heeft blijkbaar ook een plek op de Albert Cuypmarkt.
Een ingediend verzoek van Hartog wordt door de ambtenaar De Haer (waarschijnlijk op basis van het advies van Th. Wolff van 18 september) afgewezen. De tekst bevat een strikte instructie: Hartog wordt gesommeerd om zijn plek op de Westerstraat-markt minstens drie van de vier weken daadwerkelijk in te nemen. Gebeurt dit niet, dan zal de vergunning voor die locatie worden ingetrokken. De correctie van "twee" naar "drie" maal per vier weken suggereert een aanscherping van de regels of een specifieke beslissing in dit individuele geval. De afkorting "Marktopz." verwijst naar de Marktopziener, die toezicht hield op de naleving van het marktreglement. De datering van september 1940 plaatst dit document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de ambtelijke controle op de markten zeer strikt. Hoewel de reden voor de afwijzing hier puur procedureel lijkt (het niet frequent genoeg bezetten van de standplaats), is het van belang dat 'Hartog' een veelvoorkomende Joodse achternaam is.
Vanaf het najaar van 1940 werden Joodse ondernemers en handelaren geconfronteerd met steeds meer beperkende maatregelen vanuit de bezetter. Uiteindelijk zouden Joodse kooplieden volledig van de algemene markten worden verbannen. Dit document toont de bureaucratische precisie waarmee de bezetting en de lokale administratie de bewegingen en economische activiteiten van burgers vastlegden, wat de basis vormde voor de latere systematische uitsluiting van de Joodse bevolking. S. Hartog