Archief 745
Inventaris 745-324
Pagina 388
Dossier 26
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven).

26 september 1940. Aan: Den Heer N. Blaugrund, Gelderschekade 94, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven). 26 september 1940. Den Heer N. Blaugrund, Gelderschekade 94, Amsterdam-Centrum. extra [handgeschreven]

VP/HG.

den Heer N. Blaugrund,
Gelderschekade 94,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 1.

33/82/2 M.
26 September 1940.

Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 16 Augustus jl. bericht ik U, dat U geen verder uitstel van plaatsbezetting op de markt Westerstraat kan worden verleend. Indien U de bedoelde plaats voortaan niet regelmatig, dat wil zeggen ten minste drie maal in de vier weken, bezet, zal zij worden ingetrokken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten.

De Directeur, * Zakelijke inhoud: De brief is een formele, ambtelijke afwijzing van een verzoek om uitstel. De marktmeester of directeur van de markthallen dwingt de regels van het 'Reglement op de Markten' af.
* Regelgeving: Er wordt verwezen naar een specifieke regel: een marktplaats moet minstens drie van de vier weken bezet worden, anders volgt intrekking van de vergunning.
* Toon: De toon is afstandelijk en onverbiddelijk. Er wordt geen reden gegeven voor de weigering van het uitstel, enkel een herhaling van de sancties bij het niet voldoen aan de aanwezigheidsplicht.
* Identificatie: De ontvanger is N. Blaugrund. De naam Blaugrund is een Joodse achternaam en de Gelderschekade lag in de Joodse buurt van Amsterdam. * Vroege bezettingstijd: De brief dateert van september 1940, slechts enkele maanden na de Nederlandse capitulatie. Hoewel de meest extreme anti-Joodse maatregelen nog moesten komen, begon de bureaucratische druk op de Joodse bevolking al toe te nemen.
* Joodse markthandel: Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de markthandel (zoals op de Westerstraat of het Waterlooplein). Voor hen was een vaste marktplaats essentieel voor hun levensonderhoud.
* Nathan Blaugrund: Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat op Gelderschekade 94 Nathan Blaugrund woonde, een koopman geboren in 1900. Hij werd later, samen met zijn gezin, slachtoffer van de Holocaust. Dit document is een voorbeeld van de schijnbaar 'normale' administratieve processen die de bewegingsvrijheid en economische positie van Joodse burgers in de beginjaren van de oorlog onder druk zetten. Het niet kunnen bezetten van een marktplaats kan te maken hebben gehad met de onzekere situatie waarin Joodse ondernemers zich op dat moment bevonden.

Samenvatting

  • Zakelijke inhoud: De brief is een formele, ambtelijke afwijzing van een verzoek om uitstel. De marktmeester of directeur van de markthallen dwingt de regels van het 'Reglement op de Markten' af.
  • Regelgeving: Er wordt verwezen naar een specifieke regel: een marktplaats moet minstens drie van de vier weken bezet worden, anders volgt intrekking van de vergunning.
  • Toon: De toon is afstandelijk en onverbiddelijk. Er wordt geen reden gegeven voor de weigering van het uitstel, enkel een herhaling van de sancties bij het niet voldoen aan de aanwezigheidsplicht.
  • Identificatie: De ontvanger is N. Blaugrund. De naam Blaugrund is een Joodse achternaam en de Gelderschekade lag in de Joodse buurt van Amsterdam.

Historische Context

  • Vroege bezettingstijd: De brief dateert van september 1940, slechts enkele maanden na de Nederlandse capitulatie. Hoewel de meest extreme anti-Joodse maatregelen nog moesten komen, begon de bureaucratische druk op de Joodse bevolking al toe te nemen.
  • Joodse markthandel: Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de markthandel (zoals op de Westerstraat of het Waterlooplein). Voor hen was een vaste marktplaats essentieel voor hun levensonderhoud.
  • Nathan Blaugrund: Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat op Gelderschekade 94 Nathan Blaugrund woonde, een koopman geboren in 1900. Hij werd later, samen met zijn gezin, slachtoffer van de Holocaust. Dit document is een voorbeeld van de schijnbaar 'normale' administratieve processen die de bewegingsvrijheid en economische positie van Joodse burgers in de beginjaren van de oorlog onder druk zetten. Het niet kunnen bezetten van een marktplaats kan te maken hebben gehad met de onzekere situatie waarin Joodse ondernemers zich op dat moment bevonden.

Gerelateerde Documenten 6