Archiefdocument
Origineel
19 oktober 1940 M. Aarons 19/10. 1940 Amsterdam
welede Heere [krabbel rechtsboven: ni. Insp.]
daar ik onmogelijk op de westerstraat
mijn plaats kan bezetten zoo vraag ik
uw beleef nog om uitstel de reede
is daar mijn vrouw heele maal
verlamd thuis liegt en mijn huis
houdster met long ontsteking ook
te bed legt dus ik niet gemist kan
worde hoope dat uw aan mijn
verzoek zult voldoen
Hoog achting
M Aarons
Th. Hazenstraat 137 De brief is een officieel verzoek om ontheffing of uitstel van de plicht tot het bezetten van een marktkoopmansplaats. De afzender, M. Aarons, legt uit dat hij zijn standplaats op de Westerstraat (een bekende markt in de Amsterdamse Jordaan) niet kan innemen vanwege een ernstige thuissituatie.
De schrijver voert aan dat hij onmisbaar is in de zorg: zijn echtgenote is volledig verlamd en de huishoudster, die normaal de zorgtaken zou kunnen overnemen, ligt in bed met een longontsteking. De taal is formeel maar vertoont kenmerken van de tijd en het opleidingsniveau van de schrijver (zoals het gebruik van "liegt" en "legt" voor "ligt", en "reede" voor "reden").
De stempels onderaan de brief ("M. 1940") suggereren dat dit document deel uitmaakte van de administratie van het Marktwezen, waarbij het verzoek officieel werd ingeboekt. Het document dateert van oktober 1940, slechts vijf maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Westerstraatmarkt was op dat moment een vitale plek voor de Amsterdamse economie.
De naam 'Aarons' duidt op een Joodse achtergrond van de schrijver. Hoewel in oktober 1940 de volledige uitsluiting van Joden van openbare markten nog niet overal was doorgevoerd (dit gebeurde systematisch vanaf begin 1941), bevonden Joodse handelaren zich al in een zeer onzekere positie. De brief toont de kwetsbaarheid van individuen die in deze turbulente tijd ook nog eens getroffen werden door persoonlijke en medische tegenslagen. De Tweede Hazenstraat, waar de afzender woonde, lag in de directe nabijheid van de Westerstraat. M. Aarons Marktwezen