Ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie. 5 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de betreffende gemeentelijke afdeling). [Handgeschreven rechtsboven:]
M. Müller
M. Brouwer
VD/HG.
66/24/2 M.
5 December 1940.
Ontbinding huurcontract
pakhuisafdeeling Centrale
Markt ten name van W.de Groot. den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat W.de
Groot, Bestevaerstraat 48 I, die pakhuisafdeeling no.H 15 in
de hal op de Centrale Markt heeft gehuurd voor ƒ 1.200,- per
jaar voor den termijn van 1 April 1940 tot en met 31 Maart
1941, heeft verzocht van zijn verplichtingen uit het onder-
havige huurcontract te worden ontslagen. De pakhuisafdeeling
was feitelijk gehuurd door M.Nebig, doch daar deze de schrijf-
kunst niet machtig is, heeft zijn schoonzoon, De Groot, die
bij Nebig als personeel in dienst is het contract steeds
(vanaf de opening der Centrale Markt in 1934) geteekend.
Nebig is sinds korten tijd spoorloos verdwenen en Mevr.Nebig
acht zich niet in staat met behulp van haar schoonzoon de
zaken op dezelfde voet te blijven voortzetten. Zij vraagt
daarom gerekend te zijn ingegaan 1 December jl. van de huur
van pakhuis H 15 te worden ontheven; De Groot wil met ingang
van dien datum een open plaats in de hal (ƒ 500,- per jaar)
bezetten. Naar mijn meening bestaat tegen inwilliging van het
onderhavige verzoek geen bezwaar; ik heb derhalve de eer U
beleefd in overweging te geven wel te willen bevorderen, dat
bij Besluit van Burgemeester en Wethouders tot ontbinding
van het onderhavige huurcontract wordt besloten, zulks gere-
kend te zijn ingegaan 1 December 1940.
De Directeur, In deze brief verzoekt de directeur van de Centrale Markt de wethouder om toestemming voor de ontbinding van een huurcontract. De formele huurder, W. de Groot, trad enkel op als ondertekenaar voor zijn schoonvader, M. Nebig, die analfabeet was ("de schrijfkunst niet machtig").
De aanleiding voor het verzoek is tragisch: de werkelijke exploitant, de heer Nebig, is "spoorloos verdwenen". Zijn vrouw kan de zaak niet voortzetten. Er wordt een praktische oplossing voorgesteld waarbij het dure pakhuis wordt opgezegd en de schoonzoon een aanzienlijk goedkopere "open plaats" in de markthal overneemt om zo toch een vorm van nering te behouden. De datum van de brief, 5 december 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. De "Centrale Markt" in Amsterdam-West was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening.
De vermelding dat de heer Nebig (Mozes Nebig was een bekende Joodse koopman op de markt) "spoorloos verdwenen" is, heeft in deze context een onheilspellende lading. Hoewel de grootschalige deportaties toen nog niet waren begonnen, vonden er al wel arrestaties en beperkende maatregelen tegen Joodse burgers en ondernemers plaats. De brief toont de kille, bureaucratische afhandeling van contracten die door de oorlogsomstandigheden en menselijk leed onhoudbaar waren geworden.