Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 456
Jaar 1941
Stadsarchief

Brief (kopie of doorslag).

11 april 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Aan: Mevrouw H. Pam, Jodenbreestraat 22 III, Amsterdam-Centrum (Wijk 2).

Origineel

Brief (kopie of doorslag). 11 april 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Mevrouw H. Pam, Jodenbreestraat 22 III, Amsterdam-Centrum (Wijk 2). [Handgeschreven, linksboven:] Verzonden 12/4
[Handgeschreven, rechtsboven:] In de lier [?]
[Gestempeld/Getypt, rechtsboven:] HG.

Mw.H.Pam,
Jodenbreestraat 22 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.

26/17/2 M. 11 April 1941.

Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 26 Maart jl. verleen ik U hierbij, gedurende den tijd, dat Uw man afwezig is, vrijstelling van Uw verplichting om regelmatig een plaats op de markt Westerstraat in te nemen.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens de afwezigheid van Uw man verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.

De Directeur, Deze korte zakelijke brief is een officiële reactie op een verzoek van mevrouw H. Pam. Zij heeft gevraagd om een vrijstelling van de plicht om haar marktplaats op de Westerstraat in Amsterdam persoonlijk of regelmatig te bezetten. De reden hiervoor is de "afwezigheid" van haar echtgenoot.

De directeur van de marktdienst gaat hiermee akkoord, maar stelt een strikte voorwaarde: het marktgeld (de staanplaatsvergoeding) moet onverminderd elke week betaald blijven worden aan de dienstdoende ambtenaar. Het document is een typisch voorbeeld van de bureaucratische continuïteit tijdens de bezetting: zelfs wanneer gezinnen ontwricht raken, blijven de administratieve verplichtingen en financiële lasten vooropstaan. De datum van de brief, 11 april 1941, plaatst dit document midden in de eerste fase van de Jodenvervolging in Nederland. Amsterdam was in februari 1941 het toneel geweest van de Februaristaking, waarna de Duitse bezetter de teugels strakker aantrok.

Het adres van de geadresseerde, Jodenbreestraat 22, ligt in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. De toevoeging "Wijk 2" verwijst naar de administratieve indeling die door de bezetter werd gebruikt om de Joodse bevolking in kaart te brengen.

De "afwezigheid" van de man van mevrouw Pam is veelzeggend maar ongespecificeerd in de brief. In deze periode werden Joodse mannen al vaker opgepakt of tewerkgesteld. De brief laat zien hoe gewone burgers probeerden te navigeren door de bureaucratie om hun economische bestaansmiddelen (de marktplaats) te behouden, terwijl hun persoonlijke leven zwaar onder druk stond door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. De nadruk op het blijven betalen van het marktgeld onderstreept de kille, zakelijke houding van de gemeentelijke instanties in die tijd. H. Pam Marktwezen

Samenvatting

Deze korte zakelijke brief is een officiële reactie op een verzoek van mevrouw H. Pam. Zij heeft gevraagd om een vrijstelling van de plicht om haar marktplaats op de Westerstraat in Amsterdam persoonlijk of regelmatig te bezetten. De reden hiervoor is de "afwezigheid" van haar echtgenoot.

De directeur van de marktdienst gaat hiermee akkoord, maar stelt een strikte voorwaarde: het marktgeld (de staanplaatsvergoeding) moet onverminderd elke week betaald blijven worden aan de dienstdoende ambtenaar. Het document is een typisch voorbeeld van de bureaucratische continuïteit tijdens de bezetting: zelfs wanneer gezinnen ontwricht raken, blijven de administratieve verplichtingen en financiële lasten vooropstaan.

Historische Context

De datum van de brief, 11 april 1941, plaatst dit document midden in de eerste fase van de Jodenvervolging in Nederland. Amsterdam was in februari 1941 het toneel geweest van de Februaristaking, waarna de Duitse bezetter de teugels strakker aantrok.

Het adres van de geadresseerde, Jodenbreestraat 22, ligt in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. De toevoeging "Wijk 2" verwijst naar de administratieve indeling die door de bezetter werd gebruikt om de Joodse bevolking in kaart te brengen.

De "afwezigheid" van de man van mevrouw Pam is veelzeggend maar ongespecificeerd in de brief. In deze periode werden Joodse mannen al vaker opgepakt of tewerkgesteld. De brief laat zien hoe gewone burgers probeerden te navigeren door de bureaucratie om hun economische bestaansmiddelen (de marktplaats) te behouden, terwijl hun persoonlijke leven zwaar onder druk stond door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. De nadruk op het blijven betalen van het marktgeld onderstreept de kille, zakelijke houding van de gemeentelijke instanties in die tijd.

Genoemde Personen 1

Locaties

Waterlooplein Westerstraat

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Rijst Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen Razzia & Arrestatie

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6