Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 334
Dossier 29
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie of rapportage.

26 mei 1942 (genoemd in de tekst).

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie of rapportage. 26 mei 1942 (genoemd in de tekst). Maarkerk

Gebr. Overwater - Boerenwetering 72-74
Markttuinders

F.H.J. Overwater 2186 M² glas
~~[doorgehaald]~~ 19 Are koude grond
W.J.A. [idem] 2040 M² glas
[idem] 15 Are koude grond

(Marge rechts:)
{ Beneden h.
H.A. & à T.
Markttuinders

Afschrift G.T.C. dd 26 mei 1942.
Toen tuinders markt verlieten hebben zij aanvankelijk
dat ook gedaan doch later bleek dat Markttuinders
direct aan particulieren mochten verkoopen, hebben zij naar
de Alb. Cuypstraat. Zij vroegen een vaste plaats doch
kregen dat niet op grond zij tuinders waren.
Op grond echter van bijgaande verklaring v. G.T.C.
gaf Maarkerk hun losse plaatsen.
Aangezien nu losse plaatsen niet meer worden uitge-
geven - evenmin vaste plaatsen - tegen deze lieden
die zijn gegaan. Wat nu?

Zij mogen blijven maar hoe! als vaste
of als losse plaatshouder.

(Rechtsonder:)
Niet
Zeker

Sectie Landbouw ?
als v. Groente door tuinders binn. A’dam aan
particulieren - Gedeeltelijk verk. van de markten
ZOL Dit document betreft een administratieve onduidelijkheid over de status van de Gebroeders Overwater op de Amsterdamse markt (waarschijnlijk de Albert Cuypmarkt). De broers worden gekwalificeerd als 'markttuinders', wat betekent dat zij zowel producent als verkoper zijn. Er wordt gedetailleerd melding gemaakt van hun productiecapaciteit (oppervlakte glas en koude grond).

De kern van de kwestie is de classificatie van hun standplaats. In mei 1942 was er blijkbaar een beleidswijziging waarbij geen nieuwe 'vaste' of 'losse' plaatsen meer werden uitgegeven. De Overwaters hadden via een verklaring van de G.T.C. (Groente- en Fruitcentrale) tijdelijk 'losse' plaatsen gekregen nadat zij eerder de markt hadden verlaten. Nu zij terug zijn, rijst de vraag onder welke voorwaarden zij mogen blijven: als vaste handelaar of als losse plaatshouder (producent). De notitie eindigt met de prangende vraag "Wat nu?", wat duidt op een bureaucratisch vacuüm. Het document dateert uit mei 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. In deze tijd was de voedselvoorziening in steden als Amsterdam aan zeer strikte regels gebonden. Instanties zoals de Groente- en Fruitcentrale (G.T.C.) hielden toezicht op de distributie.

De spanning in de tekst tussen 'tuinders' (producenten) en de reguliere markthandel is kenmerkend voor deze periode: producenten probeerden vaak direct aan de burger te verkopen om de distributieschakels (en vaak ook de prijsbeheersing) te omzeilen of te bespoedigen. De verwijzing naar de "Sectie Landbouw" en de Albert Cuypstraat bevestigt dat dit een lokale Amsterdamse aangelegenheid betreft binnen de bredere context van de oorlogseconomie en voedseldistributie. De afkorting 'ZOL' onderaan kan verwijzen naar een specifieke administratieve categorie of afdeling binnen het Marktwezen.

Samenvatting

Dit document betreft een administratieve onduidelijkheid over de status van de Gebroeders Overwater op de Amsterdamse markt (waarschijnlijk de Albert Cuypmarkt). De broers worden gekwalificeerd als 'markttuinders', wat betekent dat zij zowel producent als verkoper zijn. Er wordt gedetailleerd melding gemaakt van hun productiecapaciteit (oppervlakte glas en koude grond).

De kern van de kwestie is de classificatie van hun standplaats. In mei 1942 was er blijkbaar een beleidswijziging waarbij geen nieuwe 'vaste' of 'losse' plaatsen meer werden uitgegeven. De Overwaters hadden via een verklaring van de G.T.C. (Groente- en Fruitcentrale) tijdelijk 'losse' plaatsen gekregen nadat zij eerder de markt hadden verlaten. Nu zij terug zijn, rijst de vraag onder welke voorwaarden zij mogen blijven: als vaste handelaar of als losse plaatshouder (producent). De notitie eindigt met de prangende vraag "Wat nu?", wat duidt op een bureaucratisch vacuüm.

Historische Context

Het document dateert uit mei 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. In deze tijd was de voedselvoorziening in steden als Amsterdam aan zeer strikte regels gebonden. Instanties zoals de Groente- en Fruitcentrale (G.T.C.) hielden toezicht op de distributie.

De spanning in de tekst tussen 'tuinders' (producenten) en de reguliere markthandel is kenmerkend voor deze periode: producenten probeerden vaak direct aan de burger te verkopen om de distributieschakels (en vaak ook de prijsbeheersing) te omzeilen of te bespoedigen. De verwijzing naar de "Sectie Landbouw" en de Albert Cuypstraat bevestigt dat dit een lokale Amsterdamse aangelegenheid betreft binnen de bredere context van de oorlogseconomie en voedseldistributie. De afkorting 'ZOL' onderaan kan verwijzen naar een specifieke administratieve categorie of afdeling binnen het Marktwezen.

Gerelateerde Documenten 6