Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 30 november 1942 (gebaseerd op de administratieve aantekening rechtsonder). Mevr. A. Toineen-Abbing (mogelijk Tuineen-Abbing), wonende aan de 1e Jan van der Heijdenstraat 44 III, Amsterdam (Zuid). Wilt U nu zoo goed zijn en mij onze
vasten plaats weer terug geven. Want als
ik nu weer op nieuw beginnen moet dan
verlies ik vast en zeker klanten. Want een
heelenboel kennissen die nooit op de markt
gekocht hebben blijven nu bij mij als ze nu
een vast doel hebben is er niet veel op tegen
naar de markt te komen maar als ze me
eerst moeten zoeken gaat de lol er gauw
van af. Mijnheer Moerkerk zal z'n uiterste best
voor me doen dus als U hem even naar me
informeerd, zal het van die kant wel in orde
komen. Dus Mijnheer ik hoop dat U me
te willen zal zijn en ik zal mijn best doen
dan kunnen we misschien de winter wat
minder donker bekijken. Hopende dat U mij
spoedig want U begrijpt wel hoe eerder hoe
beter een gunstig antwoord doet toekomen
Teeken ik Hoogachtend
Mw A. Toineen-Abbing.
1e Jan v. d. Heijdenstr 44 III
A. dam (Zuid).
[Aantekeningen rechtsonder in andere hand:]
M. v. Moerkerk
advies
30-11-'42
dekker [?] * Inhoud: De schrijfster richt een dringend verzoek aan een (markt)autoriteit om haar vaste staanplaats op de markt terug te krijgen. Haar voornaamste argument is klantenbinding: haar vaste klanten komen specifiek voor haar naar de markt omdat ze weten waar ze staat. Als ze een nieuwe, onbekende plek krijgt, vreest ze deze klanten (die zij "kennissen" noemt) te verliezen omdat zij niet bereid zijn naar haar te zoeken.
* Referentie: Ze voert een zekere "Mijnheer Moerkerk" op als referent die voor haar kan pleiten. Uit de aantekening rechtsonder blijkt dat deze Moerkerk inderdaad om advies is gevraagd.
* Toon: De toon is beleefd doch dringend. Er spreekt een zekere mate van economische bezorgdheid uit de brief.
* Taalgebruik: Typisch voor de tijd (vóór de spellingwijziging van 1947), met woorden als "zoo", "heelenboel" en "teeken ik". Er staan enkele kleine grammaticale foutjes in (zoals "informeerd" met een d). * Historische context: De brief is gedateerd op 30 november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Sociaal-economische context: De opmerking "dan kunnen we misschien de winter wat minder donker bekijken" is veelzeggend. De winters tijdens de bezetting waren zwaar door tekorten aan brandstof en voedsel. Voor een kleine zelfstandige op de markt was een vaste staanplaats en de daarmee gepaard gaande zekere inkomstenstroom essentieel om te overleven.
* Locatie: De schrijfster woont in de Pijp (Amsterdam Zuid), een wijk die destijds veel marktkooplieden huisvestte, nabij de Albert Cuypmarkt. Het is zeer waarschijnlijk dat het verzoek betrekking heeft op een plaats op de Albert Cuypmarkt of een andere Amsterdamse markt. De administratieve krabbels onderaan tonen de ambtelijke verwerking van het verzoek tijdens de oorlogsjaren. A. Toineen