Handgeschreven rapport/ambtelijke brief.
Origineel
Handgeschreven rapport/ambtelijke brief. 10 juli 1942. T. Mittilugt (controleur/ambtenaar Marktwezen). Den Hhr Inspecteur voor Marktwezen Dir.
[Stempels: Nº 26/10/1 M.1942]
Hedenmorgen 10 Juli 1942 gaf de hr [stempel: G. OSSENDORP]
geb: 1884, mij op dat hem 80-1/2 KG aal was toegewezen.
Bij de verkoop door mij gehouden contrôle bleek hij slechts 44-1/2 KG.
aal te hebben verkocht. Toen ik Ossendorp erop wees dat hij
36-1/2 KG. te kort had, beweerde hij dat dit niet mogelijk was.
± 15 minuten later hield Ossendorp mij aan en deelde mij mede
dat zijn knecht de vermiste aal achter had gehouden. Ik
heb toen de aal alsnog laten verkoopen, maar het
publiek was toen niet meer bijeen te brengen zoodat ik
gedwongen was de aal in het politie-posthuis te laten
verkoopen. Eene wanorde ontstond dus door de
handeling van Ossendorp. Dat hij nu de schuld op zijn
knecht wil gooien ben ik niet mee eens, daar hij
zelf verantwoordelijk is voor zijn handel.
[Plaats Nº 285 Dapperstraat]
Amsterdam 10 Juli 1942
T. Mittilugt Dit document is een proces-verbaal of rapportage van een marktcontroleur betreffende een incident op de Dappermarkt in Amsterdam. De kern van de zaak is een aanzienlijk tekort in de voorraad van vishandelaar G. Ossendorp. Van de 80,5 kg aal (paling) die hem was toegewezen, kon hij bij controle slechts 44,5 kg verantwoorden via de officiële verkoop.
Nadat de controleur hem confronteerde met het tekort van 36,5 kg, schoof Ossendorp de schuld op zijn knecht, die de vis buiten de officiële kanalen om ("achter had gehouden") zou hebben willen verhandelen. Hoewel de vis uiteindelijk boven water kwam, was het marktmoment voorbij, waardoor de verkoop onder toezicht in een politieposthuis moest plaatsvinden. De controleur concludeert onverbiddelijk dat de vergunninghouder (Ossendorp) zelf verantwoordelijk blijft voor de daden van zijn personeel en de ontstane wanorde. Het document dateert van juli 1942, een kritieke fase tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een streng distributiesysteem om de zwarte markt tegen te gaan. Aal was een kostbaar goed en de handel werd strikt gereguleerd door het "Marktwezen".
Het achterhouden van voorraden (zwarte handel) werd in oorlogstijd zeer zwaar opgenomen, omdat het de officiële voedselvoorziening ondermijnde. Dat de verkoop uiteindelijk in een politieposthuis plaatsvond, onderstreept de ernst van de situatie en de noodzaak voor de autoriteiten om elke kilo schaars voedsel officieel te registreren en te distribueren onder de bevolking. De Dappermarkt was toentertijd, net als nu, een belangrijke spil in de Amsterdamse voedselvoorziening.