Archief 745
Inventaris 745-381
Pagina 35
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief op dun papier.

23 april 1942. Van: De Directeur (van de Visscherijcentrale).

Origineel

Doorslag van een officiële brief op dun papier. 23 april 1942. De Directeur (van de Visscherijcentrale). [Handgeschreven:] Wijnschenk nh

[Rechtsboven getypt:] HG.

[Geadresseerde:]
den Heer Jan J.Wijnschenk,
Westerstraat 250 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.

[Referentie en datum:]
46A/77/8 M. 23 April 1942.

[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 20 dezer deel ik U mede, dat na behandeling van Uw verzoek in de door de Visscherij-centrale ingestelde Commissie is gebleken, dat er geen aanleiding bestaat aan Uw verzoek te voldoen.

[Ondertekening:]
De Directeur, Het document betreft een formele, ambtelijke afwijzing. Jan J. Wijnschenk had op 20 april 1942 een verzoek ingediend bij de Visscherijcentrale, dat drie dagen later reeds per brief wordt afgewezen. De toon is kort en resoluut; er wordt geen inhoudelijke onderbouwing gegeven voor de beslissing van de commissie. Het gebruik van grauw doorslagpapier en de sobere opmaak zijn typerend voor de schaarste en de bureaucratische stijl tijdens de oorlogsjaren. De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Visscherijcentrale was in deze periode een regulerend orgaan dat onder toezicht stond van de bezetter om de voedseldistributie en economie te controleren.

De historische context van de geadresseerde is hier van groot belang. Jan Jochem Wijnschenk (1914-1943) was een Joodse Amsterdammer die in de Westerstraat woonde. In april 1942, de maand waarin deze brief is verstuurd, werd de vervolging van de Joodse bevolking in Nederland steeds heviger; op 3 mei 1942 (slechts tien dagen na deze brief) werd de Jodenster verplicht gesteld. Veel Joodse burgers probeerden via officiële verzoeken aan instanties hun werk of bezittingen te behouden, wat vaak stelselmatig werd geweigerd. Jan Jochem Wijnschenk werd uiteindelijk gedeporteerd en is op 9 juli 1943 in Sobibor vermoord. De vermelding "Wijk 9" refereert aan de indeling van Amsterdam voor administratieve en luchtbeschermingsdoeleinden. J. Wijnschenk

Samenvatting

Het document betreft een formele, ambtelijke afwijzing. Jan J. Wijnschenk had op 20 april 1942 een verzoek ingediend bij de Visscherijcentrale, dat drie dagen later reeds per brief wordt afgewezen. De toon is kort en resoluut; er wordt geen inhoudelijke onderbouwing gegeven voor de beslissing van de commissie. Het gebruik van grauw doorslagpapier en de sobere opmaak zijn typerend voor de schaarste en de bureaucratische stijl tijdens de oorlogsjaren.

Historische Context

De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Visscherijcentrale was in deze periode een regulerend orgaan dat onder toezicht stond van de bezetter om de voedseldistributie en economie te controleren.

De historische context van de geadresseerde is hier van groot belang. Jan Jochem Wijnschenk (1914-1943) was een Joodse Amsterdammer die in de Westerstraat woonde. In april 1942, de maand waarin deze brief is verstuurd, werd de vervolging van de Joodse bevolking in Nederland steeds heviger; op 3 mei 1942 (slechts tien dagen na deze brief) werd de Jodenster verplicht gesteld. Veel Joodse burgers probeerden via officiële verzoeken aan instanties hun werk of bezittingen te behouden, wat vaak stelselmatig werd geweigerd. Jan Jochem Wijnschenk werd uiteindelijk gedeporteerd en is op 9 juli 1943 in Sobibor vermoord. De vermelding "Wijk 9" refereert aan de indeling van Amsterdam voor administratieve en luchtbeschermingsdoeleinden.

Genoemde Personen 1

Locaties

Westerstraat

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6