Handgeschreven verzoekschrift / brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / brief. 29 mei 1942. J.R.A.U. Prosse-Nipper, viswinkelier te Amsterdam. $N\underline{o}$ 46A/188/3 M. 1942 2/4
Adam 29-5-42
Mijnheer
Onderget., verzoekt U beleefd om een vergunning
voor het laten rooken van zijn versche aal, 50%.
de helft, zou ik gaarne laten rooken om
zoodoende ook eens per week een gerookt
aaltje in mijn zaak te koop te kunnen
aanbieden, zoolang U commissie het onrecht
ons bonafide viswinkeliers aangedaan, niet
inziet, dat wij toch zeker recht hebben om
in de verdeeling van gerookte aal ingelast
dienen te worden. Wij, winkeliers die gerookte
aal hebben verkocht hebben toch daarop zeker
meer recht als de vis en fruit zaken, dien
een paar pond per week hebben verkocht
een enkeling dien een behoorlijke omzet daarin
hebben gehad.
Hopende dat U aan mijn verzoek zult
kunnen voldoen, in afwachting
J.R.A.U. Prosse-Nipper
Bosch en Lommerweg 112
Amsterdam (W)
46A De brief is een formeel verzoek van een Amsterdamse viswinkelier aan een overheidscommissie (waarschijnlijk een onderdeel van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening). De schrijver verzoekt om een vergunning om 50% van zijn verse paling te mogen laten roken.
De kern van het schrijven is een beklag over de huidige distributieregeling. De afzender stelt dat "bonafide" viswinkeliers die van oudsher een grote omzet in gerookte paling hadden, nu benadeeld worden ten opzichte van algemene vis- en fruitzaken die slechts kleine hoeveelheden verkopen. De toon is een mengeling van formele beleefdheid ("verzoekt U beleefd") en verongelijktheid over het aangedane "onrecht". De schrijver probeert via deze weg zijn commerciële positie te beschermen in een tijd van strikte regulering. Het document dateert van mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste aan voedsel groot en stond de handel onder streng toezicht van distributiestelsels. Voor bijna elke vorm van voedselverwerking of -verkoop was een specifieke vergunning nodig.
Paling was een belangrijk volksvoedsel, maar door de oorlogsomstandigheden en exportrestricties was de handel hiermee complex geworden. De brief illustreert de dagelijkse strijd van de kleine middenstander in Amsterdam-West (Bosch en Lommer) om het hoofd boven water te houden binnen de bureaucratische kaders van de bezettingsmacht en de Nederlandse distributie-organen. J.R.A.U. Prosse Rijksbureau