Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 7 augustus 1942. De waarnemend directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt of een Amsterdams gemeentelijk bedrijf, gezien de context). Prof. Dr. David Cohen, p/a Joodsche Raad van Amsterdam, Nieuwe Keizersgracht 58. [Rechtsboven handgeschreven paraaf in rood/bruin: H. Muller(?)]
[Rechtsboven stempel: W in een cirkel]
M/HB.
den Heer Prof.Dr.D.Cohen,
p/a Joodsche Raad van Amsterdam,
Nieuwe Keizersgracht 58,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
97/2/5 M.
7 Augustus 1942.
Naar aanleiding van het telefonisch verzoek d.d. 5 Augustus
j.l. van den heer Van Cleef, Rapenburgerstraat 35, deel ik U mede,
dat het meubilair, hetwelk door de Joodsche sigarenmakers in hun
werkplaatsen in de Hal van de Centrale Markt werd gebruikt, tegen
de navolgende prijzen kan worden overgenomen,
per werktafel: f 4,-
" zitkist: " 2,-
" klaptafel: " 2,-
" stel planken met
bijbehoorende
plankdragers: " 2,-
onder voorwaarde echter, dat de transportkosten voor rekening ko-
men van den kooper evenals de kosten van het sloopen van schroef-
of spijkervaste deelen.
Het bedrag van al het over te nemen materiaal zal ineens
moeten worden betaald.
Voor de overname tot stand komt, verneem ik gaarne schrif-
telijk van U, wie als kooper zal optreden.
De Directeur,
wnd.
[Onderaan handgeschreven berekening in rood krijt/potlood:]
17 x f 4,- f 68-
16 x f 2.- 32
17 x f 2 34
17 x f 2- 34
168 [dubbel onderstreept] Dit document is een zakelijke correspondentie tussen een (gemeentelijke) instantie en de Joodsche Raad tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de brief is de afwikkeling van de inventaris van een werkplaats voor Joodse sigarenmakers die gevestigd was in de Hal van de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat).
De brief is opmerkelijk kil en bureaucratisch: terwijl de Joodse bevolking in de zomer van 1942 massaal werd gedeporteerd (de deportaties vanuit kamp Westerbork naar de vernietigingskampen waren in juli 1942 begonnen), hield de administratie zich bezig met de verkoopwaarde van eenvoudige houten werkmeubels ("zitkisten", "klaptafels").
De handgeschreven berekening onderaan geeft het totale aantal items en het verschuldigde bedrag weer (168 gulden), wat suggereert dat de Joodsche Raad of een gelieerde partij inderdaad tot aankoop of overname is overgegaan om de materialen wellicht elders te hergebruiken voor werkverschaffing. * De Joodsche Raad: Onder leiding van David Cohen en Abraham Asscher was de Raad gedwongen de schakel te vormen tussen de bezetter en de Joodse gemeenschap. In deze periode probeerde de Raad vaak door middel van werkgelegenheidsprojecten ("Sperren") Joden te vrijwaren van deportatie.
* Joodse Sigarenmakers: De tabaksindustrie was van oudsher een sector waarin veel Joodse Amsterdammers werkzaam waren. Door de anti-Joodse maatregelen werden zij steeds verder geïsoleerd in speciale werkplaatsen.
* Rapenburgerstraat 35: Het adres van de heer Van Cleef, die in de brief wordt genoemd, bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam.
* Datum: 7 augustus 1942 valt in de periode waarin de razzia's in Amsterdam in alle heftigheid toenamen. Het feit dat er op dit moment over meubilair wordt gecorrespondeerd, illustreert de paradoxale situatie waarin de Joodse Raad probeerde de schijn van normaliteit en organisatie op te houden, terwijl de grond onder hun voeten wegzonk.