Archief 745
Inventaris 745-393
Pagina 398
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijke brief/correspondentie.

7 januari 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst). Aan: De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Ambtelijke brief/correspondentie. 7 januari 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst). De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven, diagonaal linksboven:] nog stoffen [onderstreept]

[Handgeschreven, rechtsboven:] abt Inspecteur [onderstreept]

[Midden boven:] HG.

103/1/3 M.
1

7 Januari 1942.

Straf marktkoopman
J.v.Delft.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

In bijlage dezes heb ik de eer U over te leggen een afschrift van een rapport van den controleur-marktopzichter H.Reygwart van mijn dienst, waaruit blijkt, dat de marktkoopman J.v.Delft, wonende 1e Jan Steenstraat 122 I, zich op Vrijdag 2 Januari jl. heeft schuldig gemaakt aan het verstoren van de orde op de markt Gaaspstraat. Van Delft voornoemd is door mij, ingevolge het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, gestraft met ontneming van het recht een plaats op een der markten hier ter stede in te nemen voor den tijd van 14 dagen, namelijk van 6 tot en met 19 Januari a.s.

In verband met de meer dan ergerlijke wijze van optreden van Van Delft geef ik U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Van Delft voornoemd bij besluit van den Burgemeester, in aansluiting op mijn straf, ingevolge het bepaalde in artikel 39 lid 3 van het Reglement op de Markten, wordt gestraft met ontneming van het recht een plaats op een der markten hier ter stede in te nemen voor onbepaalden tijd, zulks met ingang van 20 Januari a.s.

De Directeur, Deze brief betreft een disciplinaire maatregel tegen een Amsterdamse marktkoopman, J. v. Delft, werkzaam op de markt in de Gaaspstraat. De aanleiding is een "orde-verstoring" op 2 januari 1942, gerapporteerd door controleur-marktopzichter H. Reygwart.

De tekst illustreert de hiërarchische en reglementaire afhandeling van dergelijke incidenten:
1. Directe straf: De Directeur heeft reeds een tijdelijke schorsing van 14 dagen opgelegd (op basis van Art. 39 lid 1 van het Marktreglement).
2. Verzwaring: Vanwege de "ergerlijke wijze van optreden" adviseert de Directeur de Wethouder om bij de Burgemeester aan te dringen op een zwaardere straf: een ontzegging voor onbepaalde tijd (op basis van Art. 39 lid 3).

De handgeschreven notitie "nog stoffen" suggereert mogelijk de handelswaar van de betreffende koopman of een verwijzing naar een specifiek dossier over textieldistributie. Het document dateert van januari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en de handel op de markten streng gereguleerd door de gemeente en de bezetter. Ordeverstoringen op markten werden in deze tijd hoog opgenomen, omdat de markt een cruciale plek was voor de (schaarse) levensmiddelenvoorziening.

De brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. In Amsterdam was dit destijds een gevoelige post, aangezien de distributie van goederen onder grote druk stond. De markt in de Gaaspstraat bevond zich in de Rivierenbuurt, een wijk die in 1942 zwaar getroffen werd door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter, hoewel uit dit specifieke document niet direct blijkt of er een verband is met de vervolging. De formele, ambtelijke toon is typerend voor de Nederlandse bureaucratie die onder de bezetting grotendeels bleef functioneren volgens bestaande reglementen.

Samenvatting

Deze brief betreft een disciplinaire maatregel tegen een Amsterdamse marktkoopman, J. v. Delft, werkzaam op de markt in de Gaaspstraat. De aanleiding is een "orde-verstoring" op 2 januari 1942, gerapporteerd door controleur-marktopzichter H. Reygwart.

De tekst illustreert de hiërarchische en reglementaire afhandeling van dergelijke incidenten:
1. Directe straf: De Directeur heeft reeds een tijdelijke schorsing van 14 dagen opgelegd (op basis van Art. 39 lid 1 van het Marktreglement).
2. Verzwaring: Vanwege de "ergerlijke wijze van optreden" adviseert de Directeur de Wethouder om bij de Burgemeester aan te dringen op een zwaardere straf: een ontzegging voor onbepaalde tijd (op basis van Art. 39 lid 3).

De handgeschreven notitie "nog stoffen" suggereert mogelijk de handelswaar van de betreffende koopman of een verwijzing naar een specifiek dossier over textieldistributie.

Historische Context

Het document dateert van januari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en de handel op de markten streng gereguleerd door de gemeente en de bezetter. Ordeverstoringen op markten werden in deze tijd hoog opgenomen, omdat de markt een cruciale plek was voor de (schaarse) levensmiddelenvoorziening.

De brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. In Amsterdam was dit destijds een gevoelige post, aangezien de distributie van goederen onder grote druk stond. De markt in de Gaaspstraat bevond zich in de Rivierenbuurt, een wijk die in 1942 zwaar getroffen werd door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter, hoewel uit dit specifieke document niet direct blijkt of er een verband is met de vervolging. De formele, ambtelijke toon is typerend voor de Nederlandse bureaucratie die onder de bezetting grotendeels bleef functioneren volgens bestaande reglementen.

Gerelateerde Documenten 6