Tuchtbeschikking (tuchtrechtelijke uitspraak).
Origineel
Tuchtbeschikking (tuchtrechtelijke uitspraak). 23 maart 1943. HEEFT GOEDGEVONDEN:
1o. den verdachte te veroordeelen tot betaling van een geldboete van: Drieduizend Gulden (f. 3.000,-);
~~verbeurd te verklaren de bij proces-verbaal van den 194-- inbeslaggenomen goederen;~~
2o. ~~te bepalen, dat~~ de sluiting van het bedrijf van verdachte en stillegging van de bedrijfsmiddelen te bevelen voor den tijd van één jaar, ingaande op den vijftienden dag na dien der uitreiking dezer tuchtbeschikking, en het Hoofd der Politie der gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude op te dragen om de sluiting voor ieder kenbaar te maken door aanplakking van deze maatregel op een in het oog vallende plaats bij den toegang van het perceel, waarin verdachte zijn bedrijf uitoefent, alsmede om nauwgezet te waken tegen en de opsporing te bevorderen van de overtredingen, genoemd in artikel 10 van het Prijsbeheerschingsbesluit;
3o. verdachte te verbieden om gedurende den tijd van één jaar zijn beroep van grossier in groenten en fruit uit te oefenen, welke straf gelijktijdig met die, in de voorgaande alinea bedoeld, zal beginnen te werken;
4o. den verdachte te veroordeelen in de kosten ten beloope van Vijfhonderd Gulden (f. 500,-), berekend overeenkomstig de bepalingen van het "Tarief voor Tuchtstrafproceskosten" van 23 Januari 1942.
[Marginale notitie in potlood:] 8/4
[Stempel links:] Deventer
AMSTERDAM, den 23 MAART 1943 194
De Inspecteur voornoemd,
[Handtekening: R.E. Hattink]
Mr. R. E. Hattink,
BETALING van de opgelegde boete moet geschieden binnen acht dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking door storting of overschrijving op postrekening No. 408.874 van voormelden Inspecteur. Bij gebreke hiervan volgt tenuitvoerlegging der tuchtbeschikking.
[Stempel:] Inspectie voor de Prijsbeheersching te Amsterdam.
BEROEP tegen tuchtbeschikkingen is mogelijk:
a. indien is opgelegd een geldboete van meer dan f 500.—, al of niet met een bijkomende straf;
b. indien is opgelegd een geldboete van f 500.— of minder, mits daarbij een bijkomende straf is opgelegd, uitgezonderd de bijkomende straf van openbaarmaking.
Beroep moet binnen veertien dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking worden ingesteld bij een door den veroordeelde onderteekend beroepschrift, hetwelk moet worden ingediend bij den Gemachtigde voor de Prijzen te ’s-Gravenhage of bij den Inspecteur voor de Prijsbeheersching, door wien de beschikking in eersten aanleg genomen werd.
[Linksonder:] K 1278 3139-12-41
[Rechtsonder:] Hk./H. * Juridische aard: Dit is een administratief-rechtelijke sanctie opgelegd tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Inspectie voor de Prijsbeheersching" had verstrekkende bevoegdheden om zonder tussenkomst van een reguliere rechter zware straffen op te leggen voor economische overtredingen.
* Zwaarte van de straf: De straf is buitengewoon zwaar voor die tijd. Een boete van 3.000 gulden (omgerekend naar huidige koopkracht vele tienduizenden euro's), gecombineerd met een beroepsverbod en bedrijfssluiting voor een jaar, betekende in de praktijk vaak het faillissement van de ondernemer.
* Handhaving: Punt 2o toont de publieke aard van de straf: de politie moet de sluiting fysiek kenbaar maken door middel van aanplakbiljetten op het bedrijfspand. Dit diende zowel als straf als ter afschrikking van anderen (generale preventie).
* Bureaucratie: Het gebruik van een standaardformulier (kenmerk K 1278 uit 1941) wijst op een geoliede administratieve machine voor de vervolging van prijs- en distributiedelicten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerde de bezetter een strikte prijsbeheersching in om inflatie en zwarte handel tegen te gaan, maar vooral om de grondstoffen- en voedselstroom richting Duitsland te beheersen. De Inspectie voor de Prijsbeheersching, opgericht in 1941, was het controle-orgaan. Handelaren in primaire levensbehoeften, zoals deze grossier in groenten en fruit, stonden onder scherp toezicht. Overtredingen van de prijsvoorschriften ("woeker") werden hard aangepakt via het tuchtrecht, wat sneller en effectiever was dan het reguliere strafrecht. De hier genoemde inspecteur, Mr. R.E. Hattink, was een bekende functionaris binnen dit apparaat in Amsterdam. De stempel "Deventer" suggereert dat dit document later is gearchiveerd of doorgestuurd naar een instantie in die regio. E. Hattink R.E. Hattink Politie