Archiefdocument
Origineel
3 april 1939 Marktwezen Amsterdam Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam [Briefhoofd:]
MARKTWEZEN AMSTERDAM
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 69/1/5 M
BIJLAGE 1
ONDERWERP:
Verzoek van A. Eppinga om winkelhuis Jan van Galenstraat 18 te mogen huren.
AMSTERDAM (W.) 3 April 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
vP/G.
AAN
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat zich tot my heeft gewend A.Eppinga, Bosch en Lommerweg 116, die het winkelhuis Jan van Galenstraat no.18 (in het entréegebouw der Centrale Markt) met ingang van 1 Juli a.s. wenscht te huren voor den tyd van één jaar, voor den prys van ƒ 500,-, voor welken prys ook het overeenkomstige winkelhuis no.20 is verhuurd aan H.A.Veringa. Eppinga is voornemens in het bedoelde winkelhuis een kantoor te vestigen van een nieuw bouwspaarfonds, waarvan hy als directeur optreedt. Toen over den huurprys met hem overeenstemming was bereikt, heb ik hem, op zyn verzoek, bericht, dat ik zou voorstellen om hem het bedoelde winkelhuis voor den overeengekomen prys te verhuren. ~~Uiteraard~~ Echter heb ik ~~daarop~~ informatie omtrent Eppinga ingewonnen by de N.V. Van der Graaf & Co's Bureaux voor den handel. Afschrift van deze informatie wordt hierby overgelegd. In verband met de daarin gemaakte opmerking, dat men eenigszins sceptisch staat tegenover particulier opgezette bouwspaarfondsen, heb ik my om nadere inlichtingen gewend tot de afdeeling Grondbedryf van den dienst der Publieke Werken. My is gebleken, dat deze afdeeling het ongewenscht acht, om een bouwspaarfonds zooals door Eppinga bedoeld, in een Gemeentelyk gebouw te vestigen, omdat daardoor by derden de indruk wordt gewekt, met een min of meer "officieele" instantie te doen te hebben.
Hoewel derhalve voor myn dienst geen bezwaar
[Handgeschreven kanttekening linker marge:]
Alvorens het desbetreffende voorstel te doen,
[Onderkant formulier:]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633.
--- In dit schrijven informeert de directie van het Marktwezen de wethouder over een lopende huuraanvraag voor een winkelpand bij de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat. De aanvrager, de heer A. Eppinga, wil daar een 'bouwspaarfonds' vestigen.
Hoewel de huurprijs al was overeengekomen, is de directie van het Marktwezen gaan twijfelen na een negatieve beoordeling van een handelsinformatiebureau. De kern van de weerstand ligt echter bij de afdeling Grondbedrijf van Publieke Werken: zij vinden het onverstandig om een privaat financieel fonds te huisvesten in een gemeentelijk pand. De reden hiervoor is imago-technisch: burgers zouden de indruk kunnen krijgen dat het fonds een officieel overheidsorgaan is of door de gemeente wordt gegarandeerd. Het document breekt af net voordat de definitieve conclusie of het voorstel wordt geformuleerd (waarschijnlijk liep de brief door op een tweede pagina). De Centrale Markthallen: De hallen aan de Jan van Galenstraat waren in 1939 nog relatief nieuw (geopend in 1934). Het was het kloppende hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. De gemeente was zeer zuinig op de reputatie van dit prestigieuze complex.
Bouwspaarfondsen in de jaren '30: In de jaren 1930, een periode van economische instabiliteit, schoten particuliere bouwspaarfondsen en beleggingsfondsen uit de grond. Deze waren niet altijd even solide, wat leidde tot scepsis bij officiële instanties. Het risico dat de gemeente geassocieerd zou worden met een eventueel faillissement of fraude van een dergelijk privaat fonds werd als een groot bestuurlijk risico gezien.
Tijdsgeest: De brief is gedateerd op 3 april 1939, slechts vijf maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het ambtelijke taalgebruik ("heb ik de eer U te berichten") en de spelling (zoals "prys" en "zooals") zijn typerend voor de vooroorlogse Nederlandse bureaucratie. De zorgvuldigheid waarmee de antecedenten van een potentiële huurder werden gecheckt, getuigt van een strikt gemeentelijk beleid.