Ambtelijke notitie / intern memo.
Origineel
Ambtelijke notitie / intern memo. 2.
den P.W.
Voor het doel dat men aan de strook toegekend had ook met een breedte van ~~8 m~~ stel hoogstens 3 m kunnen worden volstaan in plaats van 13 m. x meer.
We zitten dus met een strook die voor het doel waarvoor zij oorspronkelijk had moeten dienen niet te gebruiken is. Logisch dat wij trachten daaruit zoo mogelijk inkomsten te trekken.
Volgens P.W. aesthetische en technische bezwaren om strook als opslagterrein te gebruiken. (Bij vroegere gelegenheid P.W. alleen ~~aesthetische~~ aesthetische bezwaren.)
P.W. stelt voor à raison van ƒ 2000.- strook met eenvoudige en doelmatige beplanting als plantsoen in te richten.
Hierover alleen vraagt Weth. thans advies:
Vroeger (zie apostille 13 maart '36 Weth. Fin. 228/1 F) door Weth. Fin. bezwaar gemaakt tegen ƒ 2000.- voor egaliseeren & aanbrengen grasmat (ten onrechte wordt gesproken van plantsoenaanleg)
Om omdat dertijds P.W. eenvoudige oplossing te laten zoeken geen gevolg gehad.
M.i. thans zaak laten rusten totdat eventueel terrein voor doeleinden zou kunnen worden bestemd die de door P.W. geopperde bezwaren niet hebben en wellicht zij het ook geringe inkomsten van de markt hebben in plaats van de kosten die voor in orde brengen en onderhoud het gevolg zijn. * Kernprobleem: Er is een strook grond van 13 meter breed die veel groter is dan de benodigde 3 meter voor het oorspronkelijke doel. De gemeente zit nu met overtollige grond die geen nut dient.
* Conflict: De afdeling Publieke Werken (P.W.) weigert de grond als opslagterrein te gebruiken vanwege esthetische bezwaren. In plaats daarvan stellen zij voor er een plantsoen van te maken voor 2000 gulden. De Wethouder van Financiën heeft dit eerder al geblokkeerd omdat hij het te duur vindt voor enkel "een grasmat".
* Argumentatie: De schrijver van de notitie merkt op dat een plantsoen alleen maar geld kost (aanleg én onderhoud), terwijl het doel zou moeten zijn om inkomsten uit de grond te genereren.
* Advies: De auteur adviseert om voorlopig niets te doen ("zaak laten rusten"). Men moet wachten op een toekomstige bestemming die wél inkomsten oplevert of die de bezwaren van P.W. wegneemt, om onnodige uitgaven te voorkomen. Dit document weerspiegelt de zuinigheid van het lokaal bestuur in de jaren '30 (de crisisjaren). Elk project, hoe klein ook, werd kritisch gewogen op kosten versus baten. De spanning tussen de 'mooie plannen' van de dienst Publieke Werken en de 'strenge hand' van de Wethouder van Financiën is een klassiek thema in de Nederlandse gemeentelijke archieven uit deze periode. De term "apostille" duidt op een officiële kanttekening of besluit op een eerder binnengekomen stuk. P.W. Publieke Werken