Getypte ambtelijke brief (doorslag).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag). 10 januari 1939. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke instelling of lokale belastingdienst). De Secretaris van de Reclasseeringsraad te Veenhuizen. 72/2/2 M. hr. Müller
Verzonden 10/1 G.
10 Januari 1939.
den Heer Secretaris van den
Reclasseeringsraad,
te
V e e n h u i z e n .
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 4 dezer (No. R.V.767) bericht ik U, dat J.A.F.Bosmans aan achterstallig ventgeld over de maanden November 1937 tot en met Mei 1938 een bedrag van f 4,90 schuldig is. Dit bedrag kan hem geheel of gedeeltelyk worden kwytgescholden over de periode, waarin hy in de Rykswerkinrichting was opgenomen (per maand was f 0,70 verschuldigd).
Ik verzoek U mitsdien beleefd my alsnog te willen berichten sedert wanneer de opneming van Bosmans in de Rykswerkinrichting dateert.
Voor de ventvergunning, die geldig is voor het boekjaar 1938-1939 (van 1 Juni tot en met 31 Mei) is Bosmans alsnog f 5,- verschuldigd (f 4,- ventgeld plus f 1,- leges).
Wanneer de schuld zal zyn betaald, kan de vent- vergunning zonder bezwaar worden afgegeven.
De Directeur, * Vorm en Staat: Het betreft een getypt document op dun papier, waarschijnlijk een doorslag (carbon copy) voor het eigen archief. Er zijn handgeschreven aantekeningen in potlood en inkt bovenaan de pagina die duiden op administratieve verwerking ("hr. Müller", "Verzonden 10/1").
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in formeel, ambtelijk Nederlands van voor de spellingshervorming van 1947 (gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' in "kwytgescholden", "gedeeltelyk", "Ryks-", etc., en de verbuigings-'n' in "den Heer").
* Structuur: De brief volgt de klassieke opbouw: linksboven een kenmerk, rechtsboven de datum, gevolgd door het adres van de ontvanger aan de rechterzijde. De inhoud bestaat uit een inleiding met referentie naar eerdere correspondentie, de feitelijke mededeling over de schuld, een verzoek om informatie en een conclusie over de voorwaarden voor het verstrekken van een nieuwe vergunning. Dit document werpt een licht op de bureaucratische afhandeling van kleine schulden en vergunningen voor mensen aan de onderkant van de samenleving in het interbellum (de periode tussen de wereldoorlogen).
- Veenhuizen en de Rijkswerkinrichting: Veenhuizen was in die tijd een strafkolonie waar "landlopers, bedelaars en onverbeterlijken" werden ondergebracht in Rijkswerkinrichtingen. Het doel was heropvoeding door arbeid. Dat Bosmans hier verbleef, duidt op een sociaal-economisch zwakke positie.
- Reclasseeringsraad: Deze raad hield zich bezig met de begeleiding van (ex-)gedetineerden en verpleegden om hun terugkeer in de maatschappij te bevorderen. Zij probeerden hier blijkbaar te bemiddelen in de schuldenkwestie van Bosmans.
- Ventgeld: Dit was een belasting die betaald moest worden voor het mogen uitoefenen van een beroep als straatverkoper (venter). Voor velen die niet over een vaste winkel beschikten, was venten (bijvoorbeeld met groenten of manufacturen) de enige bron van inkomsten.
- Bedragen: Een bedrag van f 4,90 lijkt klein, maar was voor die tijd substantieel voor iemand zonder vast inkomen. Ter vergelijking: een arbeider verdiende destijds vaak niet meer dan 15 tot 20 gulden per week. Het feit dat de directeur bereid is tot kwijtschelding over de periode van detentie, toont een zekere mate van redelijkheid in de bureaucratische procedures. J.A.F. Bosmans