Handgeschreven ambtelijke notitie en conceptbrief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie en conceptbrief. Maart 1939 (notaties van 11/3, 13/3, 15/3 en 18/3). [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M: No. 72/19/1 1939
DOORGEZONDEN: 11/3
[Bovenaan midden]
72/27
[Rechtsboven]
535
[Midden links]
13/3 - '39
Concept 72/19/h
MNv.
Contrôle op ijsventers.
[In rood kader rechts]
- H. de Haeg -
Behalve controle op het venten met ijs
zonder vergunning, zou ik voor het komende
seizoen opnieuw de vraag beantwoord
willen zien, of de ijsfabrikanten
voldoende venters met vergunning
hebben kunnen krijgen, d.w.z. of zij
hun bedrijf behoorlijk hebben kunnen
uitoefenen.
[Parafen en data onder kader]
W. C.M.
13-3-39 [Paraaf]
Gereed 15-3-39
[Onleesbare aftekening]
[Onderste tekstblok]
Naar aanl. v. Uw missive d.d. 10 dezer
(No. 214/Alg/1939) heb ik de eer U te berichten, dat
aan de daarin vervatte opdracht gevolg zal worden
gegeven. Ik geef U beleefd in overweging een
soortgelijk verzoek tot de Heer Hoofdcommissaris
van Politie te richten.
[Paraaf rechtsonder]
[Datum onderaan]
18-3-39 aup
[Linksonder in marge]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Inhoud: Het document betreft de voorbereiding op het zomerseizoen van 1939 wat betreft de ijsverkoop op straat. Er is enerzijds aandacht voor handhaving (controle op illegale venters) en anderzijds voor de economische kant (kunnen ijsfabrikanten wel voldoende vergunde venters vinden om hun handel te drijven).
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands uit het interbellum ("Uw missive d.d. 10 dezer", "vervatte opdracht").
* Proces: De rode omlijning en de verschillende data tonen de route van het document door de ambtelijke molen. Het lijkt te gaan om een instructie of vraag van een hogere ambtenaar (mogelijk H. de Haeg) die wordt beantwoord of verwerkt in een conceptbrief aan de politie.
* Opmerkelijk: De doorhaling in de laatste alinea ("tot de Heer Hoofdcommissaris") suggereert een correctie in de adressering of de precieze formulering van de bevoegdheid. Dit document stamt uit maart 1939, een tijd waarin de economie zich probeerde te herstellen maar de oorlogsdreiging in Europa toenam. Voor de lokale overheid was de regulering van straathandel (venten) een belangrijk instrument voor openbare orde en volksgezondheid. Ijsverkopers moesten aan strikte regels voldoen. De vraag of fabrikanten wel genoeg vergunde venters konden krijgen, duidt op een spanning tussen de regeldruk van de overheid en de commerciële belangen van de ijsindustrie in die tijd. De betrokkenheid van de Hoofdcommissaris van Politie onderstreept dat de controle op straat een politietaak was.