Dienstbrief / Aanbeveling voor reclassering.
Origineel
Dienstbrief / Aanbeveling voor reclassering. 8 april 1939. Secretaris van de Reclasseringsraad te Veenhuizen. Bureau Marktwezen, Amsterdam. AFD. RECLASSEERING Nº 72/24/M. 1339 11/4 [handgeschreven in paars] Model No. 289. GR. 8244
RIJKSWERKINRICHTINGEN
VEENHUIZEN (DR.) VEENHUIZEN, den 8 April 193 9..
No. R.V.1017. [handschrift rechtsboven:] ni. Mr. Müller
Insp.
Onderwerp: Aan het Bureau Marktwezen,
Jan Hageman. Jan van Galenstraat
Bijlage............ A m s t e r d a m.
[paars rond stempeltje met onleesbaar symbool]
Alhier wordt op 7 Mei a.s. ontslagen in
margine genoemde Jan Hageman, geb. te A 'dam op 29 April 1907.
De man verzoekt my hem voor het verkrygen van een ventver-
gunning en marktkaart by Uw bureau aan te bevelen, hetgeen ik op
grond van 's mans gedrag hierby doe.
Hoogachtend,
[Handtekening: Dammers]
Secr.v.d.Reclass.Raad te V. Deze brief is een formeel verzoek tot ondersteuning bij de maatschappelijke herintreding van een 'verpleegde' of gedetineerde uit de Rijkswerkinrichting Veenhuizen. Jan Hageman, een Amsterdammer van destijds 31 jaar, staat op het punt te worden ontslagen. Om in zijn eigen onderhoud te kunnen voorzien, ambieert hij een bestaan als straatventer of marktkoopman in Amsterdam.
De secretaris van de Reclasseringsraad treedt hier op als bemiddelaar. De expliciete vermelding dat de aanbeveling geschiedt "op grond van 's mans gedrag" is cruciaal; het diende als een bewijs van goed gedrag voor het Bureau Marktwezen, dat verantwoordelijk was voor het verstrekken van de benodigde vergunningen. Dit document illustreert de praktische kant van de reclassering in het interbellum: het actief helpen zoeken naar legale vormen van inkomstenderving voor ex-gedetineerden om recidive te voorkomen. Veenhuizen en de Rijkswerkinrichtingen: Veenhuizen heeft een lange historie als 'gevangenisdorp'. Oorspronkelijk opgezet door de Maatschappij van Weldadigheid voor de opvang van bedelaars en landlopers, werd het in de 19e eeuw een rijksinstelling. In 1939 fungeerde het als Rijkswerkinrichting, waar mensen werden geplaatst die veroordeeld waren voor lichtere vergrijpen of sociale 'onaangepastheid' (zoals landloperij).
Maatschappelijke context: De late jaren '30 werden gekenmerkt door economische nasleep van de crisis. Voor iemand die uit een inrichting kwam, was het vinden van werk uiterst moeilijk. Het beroep van 'venter' (straathandel) was een laagdrempelige manier om werk te vinden, maar was strikt gereguleerd door gemeentelijke vergunningen. Zonder de steun van de Reclassering was het voor een ex-gedetineerde nagenoeg onmogelijk om een dergelijke marktkaart te bemachtigen. De Jan van Galenstraat in Amsterdam, waar de brief naartoe is gestuurd, was (en is deels nog steeds) de locatie van de Centrale Markthallen, het administratieve hart van het Amsterdamse marktwezen.