Bijblad (supplement) bij een dossier, opgesteld op een standaardformulier voor interne notities.
Origineel
Bijblad (supplement) bij een dossier, opgesteld op een standaardformulier voor interne notities. [Linksboven, in gedrukt kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 72/33/1 1939.
DOORGEZONDEN: 5/5
[Rechtsboven, handgeschreven]
M. i. Inr. 3
Controle
rapport
10-5-'39
dellaer
[Centraal, handgeschreven]
Aan E. Pels kan m.i. worden
bericht, dat van zijn klacht overgenomen op
goede nota is genomen. formulier no. 404
18-5-39
dellaer
[Rechts onder de hoofdtekst]
12/7 '39 R.
[Onderaan rechts, in rood potlood]
3 72/33/2
23/5 '39 [paraaf]
[Linksonder, gedrukte voetnoot]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document vormt het administratieve spoor van de afhandeling van een klacht. Het betreft een zogenaamd 'Bijblad', bedoeld om korte instructies of besluiten aan een lopend dossier toe te voegen.
* Besluitvorming: De ambtenaar (ondertekenend als 'dellaer') adviseert ('m.i.' staat voor 'mijns inziens') om de heer E. Pels formeel te berichten dat zijn klacht in goede orde is ontvangen en genoteerd ('goede nota is genomen'). Er wordt verwezen naar 'formulier no. 404', wat waarschijnlijk het standaard antwoordformulier of het registratiebewijs van de klacht is.
* Workflow: De verschillende data en parafen tonen de voortgang van het dossier. Het proces start op 5 mei, wordt gecontroleerd op 10 mei, geaccordeerd op 18 mei, en lijkt finaal gearchiveerd of doorgezet op 23 mei en 12 juli.
* Dossierbeheer: De rode aantekening onderaan ('72/33/2') wijst op een vervolgdossier of een nieuwe indeling, wat gebruikelijk is bij een afgeronde fase in een bureaucratisch proces. Het document dateert uit het voorjaar en de zomer van 1939, een periode van verhoogde administratieve activiteit en mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. 'Alg. Zaken' (Algemene Zaken) duidt op een centrale administratieve afdeling, mogelijk binnen een ministerie of een grote gemeentelijke instelling. De strakke handhaving van modelnummers (Model No. 14) en de gedetailleerde dossieverwijzingen zijn typerend voor de hoogontwikkelde Nederlandse bureaucratie uit het interbellum. De identiteit van E. Pels is zonder aanvullende bronnen niet vast te stellen, maar de klacht lijkt serieus genoeg om door meerdere administratieve schijven te gaan. E. Pels M. No