Officiële aanmaningsbrief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële aanmaningsbrief van de Gemeente Amsterdam. 12 april 1939. Dienst van het Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14. Den Heer J.C. van Eck, Tuinstraat 19 huis, Amsterdam-Centrum. [Logo: Drie Andreaskruisen in een wapenschild, geflankeerd door gestileerde figuren]
MARKTWEZEN AMSTERDAM
[Handgeschreven in potlood:] Verzonden 14/4
[Rechtsboven gedrukt:] G.
[Onder de koptekst:]
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 76/5/2 M
BIJLAGE
ONDERWERP:
AMSTERDAM (W.) 12 April 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer J.C. van Eck,
Tuinstraat 19 huis,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 7.
Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt te betalen, waarschuw ik U hierby, dat U alsnog ~~vóór~~ op 15 April a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.
Ik wys U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blyft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 22 April a.s. onherroepelyk wordt ingetrokken.
Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (byvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellyk myn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.
De Directeur,
[Onderaan de pagina:]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Deze brief is een formele waarschuwing (aanmaning) gericht aan een markthandelaar, de heer J.C. van Eck. De kern van de zaak is een betalingsachterstand: de heer Van Eck heeft al meer dan drie weken zijn 'marktgeld' (staangeld) niet betaald.
De toon van de brief is dwingend en bureaucratisch. Er wordt een harde deadline gesteld (15 april 1939) om de schuld te vereffenen. Indien dit niet gebeurt, wordt de sanctie expliciet genoemd: het onherroepelijk verliezen van de vaste standplaats op de markt per 22 april, gebaseerd op het geldende marktreglement.
Interessant is de laatste alinea, die een zekere sociale nuance biedt. De directeur van het Marktwezen geeft aan dat er uitzonderingen mogelijk zijn als de wanbetaling te wijten is aan overmacht, zoals ziekte of bittere armoede (het "genieten van steun"). In dergelijke gevallen kan de intrekking van de standplaats worden voorkomen, mits er direct melding van wordt gemaakt. Het document dateert van april 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland verkeerde nog in de nasleep van de economische crisis van de jaren '30. De verwijzing naar het "genieten van steun" is hier een direct overblijfsel van; veel mensen waren afhankelijk van de karige werkloosheidsuitkering (de 'steun') en hadden moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.
De Dienst van het Marktwezen was gevestigd aan de Jan van Galenstraat, waar zich destijds de Centrale Markthallen bevonden (geopend in 1934). Dit was het kloppende hart van de Amsterdamse voedseldistributie. Voor een markthandelaar was een 'vaste plaats' essentieel voor zijn bestaanszekerheid; het dreigement om deze in te trekken was dan ook een zware sanctie die het einde van iemands nering kon betekenen.
De handgeschreven notitie "Verzonden 14/4" suggereert dat de brief pas twee dagen na de datering daadwerkelijk is uitgegaan, wat de ontvanger nog slechts één dag gaf om aan de eis te voldoen (de deadline was immers 15 april). Dit verklaart mogelijk ook waarom het woord "vóór" is doorgestreept en vervangen door "op". J.C. van Eck Gemeente Amsterdam Marktwezen