Officiële brief/oproeping.
Origineel
Officiële brief/oproeping. 26 april 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Marktbureau Amsterdam). den Heer S. de Hond, Rapenburgerstraat 81, Amsterdam-Centrum. [Rechtsboven, handgeschreven in blauwe inkt:]
A. Muller
[Linksboven:]
HG.
85/51/2 M.
[Rechtsmidden:]
26 April 1939.
[Adresseringsgedeelte:]
den Heer S. de Hond,
Rapenburgerstraat 81,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
[Inhoud:]
Op Dinsdag 18 April jl. is geconstateerd, dat op de markt Waterlooplein materiaal, bestemd voor het uitstallen van goederen, dat door U was verhuurd, aanwezig was, zonder dat U hiervoor vergunning is verleend.
In verband hiermede verzoek ik U Vrijdag 28 April a.s. te mijnen kantore, Jan van Galenstraat 14, te komen.
Indien U aan deze oproeping niet zoudt kunnen voldoen, zou U niet langer kunnen worden toegestaan, materiaal op de markten te plaatsen.
[Ondertekening:]
De Directeur,
[Linksonder, handgeschreven in potlood, schuin omhoog:]
is zijn materiaal * Toon en Doel: De brief is formeel en berispend van aard. Het doel is om de heer De Hond ter verantwoording te roepen voor een administratieve overtreding: het verhuren van marktkraammateriaal op het Waterlooplein zonder de benodigde vergunning.
* Kernboodschap: Er is geconstateerd dat De Hond materiaal heeft verhuurd zonder vergunning. Hij wordt gesommeerd om op gesprek te komen op het kantoor aan de Jan van Galenstraat (waar destijds de Centrale Markthal en het bureau voor het Marktwezen waren gevestigd). De consequentie van het niet verschijnen of het niet oplossen van de situatie is een verbod op het verder plaatsen van materiaal op markten.
* Annotaties: De handgeschreven opmerking onderaan ("is zijn materiaal") lijkt een interne notitie te zijn, mogelijk om te bevestigen dat het eigendom van de materialen inderdaad bij De Hond lag. De naam "A. Muller" bovenaan is waarschijnlijk de behandeld ambtenaar of afdelingshoofd. * Historische Context: De brief dateert van april 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Rapenburgerstraat en het Waterlooplein bevonden zich in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Veel bewoners van deze buurt waren voor hun inkomen afhankelijk van de markthandel.
* Locatie: De Jan van Galenstraat 14 was de plek waar de gemeente Amsterdam het toezicht op de markten uitvoerde. Het feit dat de heer De Hond op de Rapenburgerstraat woonde en op het Waterlooplein verhuurde, plaatst deze brief midden in het dagelijkse sociaal-economische leven van de Amsterdamse Jodenbuurt in het interbellum.
* Administratieve regels: Het document illustreert de strikte handhaving van gemeentelijke verordeningen met betrekking tot markten. Zelfs voor het verhuren van uitstalmateriaal (zoals planken of schragen) was een specifieke vergunning vereist. A. Muller S. de Hond Gemeente Amsterdam Marktwezen