Ambtelijk advies/rapportage.
Origineel
Ambtelijk advies/rapportage. 6 juni 1939. De Marktopzichter (getekend door H. de Vries). Advies op N: 85/69/I M 39 3/6. [aan de rechterzijde:] Den Heer Inspecteur
In bovengenoemd schrijven wordt het volgende behandeld.
De verhouding tusschen plaatshouder S. Nebig en kramenzetter v. Gelderen laat weleens wat te wenschen over; klachten over betaling en kramen materiaal, even als de bedreiging van geen stal te zullen plaatsen, zijn niet nieuw.
Dinsdag middag 30 Mei omstreeks 2 uur 30 heeft Nebig v. Gelderen weer gevraagd terug te willen komen (voor kraamhuur) ofschoon ik wel aanneem dat Nebig het geld toen in zijn zak had; v. Gelderen kwam bij mij klagen en dreigde geen stal meer te zetten.
Dit is echter niet gebeurd zoodat dit conflict niet tot een uitbarsting is gekomen. (Hr Frenkel sprak al van boycot).
Mijn inziens dient Marktwezen zich niet dan adviseerend met betalings conflicten te bemoeien, omdat dit tot gevolg zou hebben dat de Dienst met het innen van kramenhuur zou worden opgescheept.
Welke gedragslijn door huurders en verhuurders in dergelijke gevallen moet worden gevolgd kan m.i. het beste door de belanghebbenden organisatie's onderling worden besproken en geregeld.
Amsterdam 6 Juni 1939
De Marktopzichter
[Handtekening: H. de Vries]
*In de originele tekst zijn de woorden 'gezegd' en 'moeten' doorgehaald en vervangen door respectievelijk 'gevraagd' en 'willen'. * Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds gangbare ambtelijke spelling (bijv. 'tusschen', 'wenschen', 'zoodat'). De toon is zakelijk en afstandelijk.
* Kern van het geschil: Er is sprake van een structureel verstoorde werkrelatie tussen de heer S. Nebig (die een plek op de markt huurt) en de heer van Gelderen (die de kramen opbouwt). Het conflict draait om de betaling voor bewezen diensten en de kwaliteit van het materiaal.
* Incident: Op 30 mei 1939 weigerde Nebig direct te betalen, hoewel hij volgens de opzichter het geld wel bij zich had. Dit leidde tot een dreigement van de kramenzetter om de werkzaamheden te staken.
* Interventie: De marktopzichter fungeert hier als bemiddelaar of eerste aanspreekpunt, maar probeert zijn eigen rol en die van de dienst 'Marktwezen' te beperken. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de Amsterdamse markten vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het illustreert de verschuiving in beleid waarbij de overheid (de Dienst Marktwezen) probeert afstand te bewaren van private commerciële geschillen tussen ondernemers onderling.
De suggestie van de opzichter om dergelijke conflicten door "belanghebbenden organisatie's" (zoals marktverenigingen of vakbonden) te laten regelen, duidt op een wens naar zelfregulering binnen de marktsector. De vermelding van een mogelijke 'boycot' door de heer Frenkel suggereert dat dergelijke conflicten destijds hoog konden oplopen en de sociale orde op de markt onder druk zetten.