Ambtelijk advies / Brief
Origineel
Ambtelijk advies / Brief 23 november 1939 (gebaseerd op de notatie "23/11") Advies op. No 85/110/I.M. '39 $ ^{23}/_{11} $
Den Heer Inspecteur.
Betreffende het schrijven van Hr D. Ton over het verlies van stallen (plaatsen) op het Amstelveld kan ik U het volgende berichten:
Volgens de kramenlijsten is het aantal kramen, door Hr. Ton over een tijdvak van 10 weken, voor en na de mobilisatie verhuurd, teruggeloopen van 831 M. (over het tijdvak van 15 Mei t/m 10 Juli - de drukste periode) tot 687 M. (voor het tijdvak van 11 September t/m 20 Nov. - uitgezonderd 25 sept.). Echter is het totaal aantal meters van de geheele markt teruggeloopen van 3128 M tot 2946 M. zoodat de vermindering procentsgewijs van het geheel voor Hr Ton slechts bedraagt van 25,7 % tot 23,3 %. dus 2,4 %.
Betreffende de genoemde personen het volgende. Kloet is inderdaad verplaatst. Rood heeft geen vaste plaats sedert 3-IV-'39. Van Vliet staat regelmatig met stal op zelfde plaats. Oome Toon (A. Eysden) is sinds 18 September in steun terwijl Wessel onbekend is. vermoedelijk wordt Vernet bedoeld die aangevraagd heeft met eigen materiaal te mogen staan.
Op het oogenblik ondervindt Hr Ton van de geplaatste schuilloopgraaf weinig nadeel behalve dan dat de plaatsen, door hem bezet iets minder courant geworden zijn. In ieder geval zal de schuilloopgraaf bij het einde der mobilisatie weer worden opgeruimd zoodat dan de oude toestand weer hersteld wordt en dus ook de plaatsen van Hr Ton. Dit document is een ambtelijk weerwoord op een klacht van een marktkoopman of kramenverhuurder, de heer D. Ton. Ton klaagt over inkomstenderving op de markt van het Amstelveld.
De schrijver hanteert een kwantitatieve benadering om de klacht te nuanceren:
1. Cijfermatige onderbouwing: Er wordt erkend dat het aantal verhuurde meters is afgenomen (van 831 naar 687 meter), maar er wordt direct op gewezen dat de gehele markt is gekrompen. Door het marktaandeel van Ton te berekenen (een daling van slechts 2,4%), probeert de ambtenaar aan te tonen dat de schade relatief meevalt.
2. Status van collega-kooplieden: Er wordt per persoon nagegaan of de beweringen van Ton kloppen. Hieruit blijkt dat sommige kooplieden (zoals Oome Toon) gestopt zijn en "in de steun" (sociale bijstand) zitten, wat duidt op de economische malaise van die tijd.
3. Fysieke belemmering: De aanwezigheid van een "schuilloopgraaf" wordt bevestigd. Dit was een civiele beschermingsmaatregel tegen luchtaanvallen. Hoewel de ambtenaar stelt dat er "weinig nadeel" is, geeft hij toe dat de locaties "minder courant" (minder aantrekkelijk voor klanten/publiek) zijn geworden. Het document dateert van eind november 1939, de periode van de "Schemeroorlog" (Phoney War). Nederland was sinds augustus 1939 gemobiliseerd. In grote steden zoals Amsterdam werden op openbare pleinen zoals het Amstelveld voorzorgsmaatregelen getroffen tegen mogelijke bombardementen, waaronder het graven van schuilloopgraven.
Deze militaire en civiele ingrepen hadden een directe impact op het dagelijks leven en de lokale economie. Marktkramers, die vaak afhankelijk waren van specifieke looproutes en vaste plekken, zagen hun broodwinning bedreigd. Dit document illustreert de frictie tussen de noodzakelijke defensieve maatregelen van de overheid en de economische belangen van kleine zelfstandigen in de aanloop naar de Duitse inval in mei 1940.