Officiële brief/aanmaning van een gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de Marktwezen-afdeling).
Origineel
Officiële brief/aanmaning van een gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de Marktwezen-afdeling). 7 juni 1939. De Directeur (gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14, Amsterdam). Den Heer M. Cohen, Waterlooplein 51, Amsterdam-Centrum (Wijk 2). [Linksboven, getypt:]
HG.
85/71/3 M.
1
[Rechtsboven, handgeschreven paraaf in blauw met rode onderstreping:]
M. [onleesbaar]
[Handgeschreven schuin door de koptekst:]
9 - 6 - 39
per kas betaald 10.-
[Rechts, getypt:]
7 Juni 1939.
[Adres, getypt:]
den Heer M. Cohen,
Waterlooplein 51,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
[Inhoud, getypt:]
In bijlage doe ik U een overzicht toekomen van door U verschuldigd standplaatsgeld wegens het plaatsen van kramen. Indien U deze schuld, alsmede hetgeen U op den betaaldag verder aan kramengeld schuldig is, niet uiterlijk Vrijdag 9 Juni a.s. betaalt bij den kassier te mijnen kantore, Jan van Galenstraat 14, zal aan Burgemeester en Wethouders worden voorgesteld, de U verleende vergunning tot het plaatsen van kramen in te trekken. Uw kramen enz. zullen dan niet meer op de markten worden toegelaten; Uw huurders zullen dan verplicht zijn hun kramen enz. elders te huren.
[Ondertekening, getypt:]
De Directeur, De brief is een formele laatste waarschuwing (sommatie) aan de heer M. Cohen voor het betalen van achterstallig standplaatsgeld en kramengeld. De toon is zakelijk en dreigend: indien de schuld niet voor de deadline van vrijdag 9 juni 1939 wordt voldaan, zal de marktvergunning worden ingetrokken. Dit zou betekenen dat de kramen van de heer Cohen niet meer op de markt worden toegelaten, wat ook directe gevolgen heeft voor de mensen die kramen van hem huren.
De handgeschreven aantekening ("9-6-39 per kas betaald 10.-") is cruciaal. Deze geeft aan dat de heer Cohen precies op de dag van de deadline de verschuldigde som (blijkbaar 10 gulden) contant heeft afgerekend bij het kantoor aan de Jan van Galenstraat, waardoor de sancties waarschijnlijk zijn afgewend. Het document dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. Het adres van de ontvanger, Waterlooplein 51, ligt in het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam, waar de bekende Waterloopleinmarkt gevestigd was. De Jan van Galenstraat 14 was de locatie van de Centrale Markthallen, waar de gemeentelijke marktadministratie zetelde.
De brief geeft inzicht in de strikte handhaving van marktgelden in Amsterdam in die tijd. Voor veel kleine ondernemers en kramenverhuurders was het opbrengen van deze gelden een constante bron van zorg. In de context van de late jaren '30, een periode van economisch herstel maar ook van toenemende politieke spanningen, illustreert dit document het dagelijks overleven van een Joodse ondernemer op de Amsterdamse markt. M. Cohen Marktwezen