Officiële brief (doorslag/kopie).
Origineel
Officiële brief (doorslag/kopie). 6 juli 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst Amsterdam). Den Heer L.M. Geerling, Albert Cuypstraat 143, Amsterdam-Zuid (Wijk 14). [Handgeschreven rechtsboven:] m. Müller
[Handgeschreven middenboven:] Verzonden 6/7
HG.
85/77/2 M.
1
6 Juli 1939.
den Heer L.M.Geerling,
Albert Cuypstraat 143,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
In bijlage doe ik U een overzicht toekomen van door
U verschuldigd standplaatsgeld wegens het plaatsen van kramen.
Indien U deze schuld, alsmede hetgeen U op den betaaldag
verder aan kramengeld schuldig is, niet uiterlijk Maandag
10 Juli a.s. betaalt bij den kassier te mijnen kantore, Jan
van Galenstraat 14, zal aan Burgemeester en Wethouders worden
voorgesteld, de U verleende vergunning tot het plaatsen van
kramen in te trekken. Uw kramen enz. zullen dan niet meer op
de markten worden toegelaten; Uw huurders zullen dan ver-
plicht zijn hun kramen enz. elders te huren.
De Directeur, Deze brief is een dwingende aanmaning gericht aan de heer L.M. Geerling voor openstaande schulden aan de gemeente Amsterdam. De schuld betreft 'standplaatsgeld' en 'kramengeld'. Uit de tekst ("Uw huurders") valt op te maken dat de heer Geerling optrad als exploitant of verhuurder van marktkramen.
De toon is uiterst formeel en bevat een direct dreigement: als de schuld niet binnen vier dagen (vóór maandag 10 juli) wordt voldaan bij het kantoor aan de Jan van Galenstraat, zal de directeur bij het college van Burgemeester en Wethouders aandringen op het intrekken van de vergunning. Dit zou betekenen dat de kramen van de heer Geerling niet langer op de Amsterdamse markten toegelaten zouden worden, wat een direct einde aan zijn bedrijfsvoering zou betekenen. De brief dateert van juli 1939, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en aan het einde van de economische crisis van de jaren '30. De Jan van Galenstraat 14 was het adres van de Centrale Markthallen (geopend in 1934), het administratieve hart van de Amsterdamse markthandel.
De Albert Cuypstraat, waar de ontvanger woonde, was (en is) de locatie van de bekendste dagmarkt van Amsterdam. Het strikte beleid ten aanzien van betalingsachterstanden in deze periode weerspiegelt de bureaucratische controle op de marktsector, waarbij vergunningen als dwangmiddel werden ingezet om gemeentelijke heffingen te innen. De handgeschreven krabbel "Verzonden 6/7" dient als bewijs voor het archief dat de brief daadwerkelijk op de dag van datering is uitgegaan. L.M. Geerling Gemeente Amsterdam